Doornspijk, Hervormde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2005-09 september]

In 1898 bouwde J. Proper een nieuw orgel voor de Hervormde Kerk te Doornspijk.
Het éénklaviers instrument was voorzien van een aangehangen pedaal en had op dat moment de volgende dispositie:
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Cello 8
Octaaf 4
Speelfluit 4
Octaaf 2
Cornet D IV
Trompet 8
In 1968 werd het instrument door B. Koch verbouwd en uitgebreid met een tweede manuaal en een vrij pedaal. De traktuur was
vanaf dat moment elektropneumatisch. Om de plaatsing van deze extra werken mogelijk te maken werd de kast met gebruikmaking van plaatmateriaal aanzienlijk verdiept.
Op het Hoofdwerk kwam de Cello 8 te vervallen en werd de Trompet 8 vernieuwd.
Op het Nevenwerk plaatste men de registers Roerfluit 8, Salicionaal 8 (de oude Cello van het Hoofdwerk), Celeste 8, Koppelfluit 4 en Woudfluit 2.
Het pedaal telde twee stemmen: Subbas 16 (transmissie van Bourdon 16) en Octaafbas 8.
Op enig moment voegde men aan het Hoofdwerk nog een Mixtuur III toe en op het Nevenwerk een Quint 1 1/3.
Uiteindelijk kreeg de firma Hendriksen & Reitsma de opdracht voor de bouw van een nieuw instrument.
Daarbij werd gebruik gemaakt van het bestaande Proper-front uit 1898 en een deel van het pijpwerk.
Het front is 60 cm omhoog gebracht en voorzien van ornamenten boven de tussenvelden om zodoende de plaatsing van een Bovenwerk mogelijk te maken.

Hoofdwerk (I, C-f3)
Bourdon 16 (C-h 1898)
Prestant 8 (1898)
Holpijp 8 (C-H 1898)
Octaaf 4
Speelfluit 4
Quint 3
Octaaf 2 (1898)
Mixtuur IV-V
Cornet D IV
Trompet B/D 8
Tremulant
Bovenwerk (II, C-f3)
Prestant 8
Roerfluit 8
Salic. 8 (af c, 1898)
Vox Celeste 8
Salicet 4
Fluit 4
Quintfluit 3
Woudfluit 2
Mixtuur III
Dulciaan 8
Tremulant
Pedaal (C-d1)
Subbas 16
Prestant 8
Gedekt 8
Octaaf 4 (1898)
Bazuin 16

Koppelingen
 Manuaalkoppel
 Pedaal-Hoofdwerk
 Pedaal-Nevenwerk

Winddruk: 78 mm wk.
Toonhoogte: a1 = 440 Hz.
Temperatuur: evenredig zwevend.
Op zaterdagmiddag 24 september is er van half twee tot half vijf ‘Open Huis’ voor belangstellenden van buiten de eigen gemeente.

Bronnen:
Hendriksen & Reitsma;
Maarten Seijbel, Zes eeuwen Veluwse orgels. Zaltbommel, 1975, 304-306