Mülheim-Dümpten, Evang. Kirche
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2005-07/08 juli/augustus]

In 1952 bouwde de firma Steinmann (Vlotho an der Weser) een nieuw orgel voor de Evangelische Kirche te Mülheim-Dümpten.
In technisch opzicht werd dit instrument in 1980 zeer ingrijpend gewijzigd door de firma Lützerich (Wolfhagen). Men vervaardigde een nagenoeg geheel nieuwe mechaniek alsmede een nieuwe windvoorziening. Daartoe werden de windladen gewijzigd en van beweegbare bodems voorzien. Al vrij snel na deze ingrepen ontstonden klachten over het instrument, de stemming en het onderhoud daarvan.
Uiteindelijk leidde dit er toe dat orgelmaker Hans van Rossum in 1992 het orgel opnieuw intoneerde en enkele veranderingen in de dispositie uitvoerde. Op het Hoofdwerk werd de Flöte 2 vervangen door een nieuwe Octave 2 en de Sesquialtera II door een Cornet III; de Trompete 8 kreeg nieuwe (wijdere) bekers. Op het Nevenwerk verving Van Rossum de Quint 1 1/3 door een nieuwe Nassat 3. In het Pedaal maakten de registers Quintade 4 en Mixtur V plaats voor een Octava 4 en een nieuwe Trompete 8, terwijl de bestaande Posaune nieuwe bekers kreeg. Bij al deze veranderingen kon voor een klein deel gebruik worden gemaakt van afkomend pijpwerk uit 1952. Tenslotte werden nieuwe registeropschriften aangebracht en werd de orgelkast opnieuw geschilderd door W. van den Berg (Lienden).
Vorig jaar voerden Hans van Rossum en zijn medewerkers een algehele technische restauratie uit. De windladen werden gedemonteerd waarbij de in 1980 aangebrachte beweegbare bodems, het sleepsysteem en de plastic slepen werden verwijderd. Aan de bovenzijde van de laden werden nieuwe eiken dammen en slepen aangebracht. De laden van Hoofd- en Nevenwerk werden op gelijke hoogte gebracht en kregen verder nieuwe pulpeetplanken en pulpeten. De laden van het Pedaal werden voorzien van nieuwe ventielen en pulpeten. De klavieren en mechanieken werden nieuw aangelegd waarbij voor de registermechaniek nog enkele delen uit 1952 konden worden hergebruikt. Voor het overige is aansluiting gezocht bij de orgelbouw van de 18de eeuw. Het orgel kreeg een geheel nieuwe windvoorziening, bestaande uit drie spaanbalgen die in een aparte balgstoel in de toren geplaatst zijn. Ook de gehele kanalisatie is opnieuw aangelegd. Indien gewenst kunnen de balgen worden getreden. Tenslotte werd de kast rond de klavieren gerestaureerd en opnieuw geschilderd. Het aldus vernieuwde instrument kon in september weer in gebruik genomen worden.

Hauptwerk
(Manuaal I, C-d3)
  Nebenwerk
(Manuaal II, C-d3)
  Pedal (C-d1)  
Quintadena 16 Gedackt 8 Subbaß 16
Principal 8 Principal 4 Principal 8
Spitzflöte 8 Gemshorn 4 Gedackt 8
Octave 4 Nassat 3 Octava 4
Rohrflöte 4 Octave 2 Posaune 16
Octave 2 Scharff IV Trompete 8
Mixtur V-VI Krummhorn 8    
Cornet III Tremulant      
Trompete 8        


Manuaalkoppel (schuifkoppel)
Koppeling Ped-HW.
Winddruk: 72 mm. wk.
Toonhoogte: a1 = 440 Hz.
Temperatuur: Vallotti.
Bron J.C. van Rossum