Delft, Adelbertkerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2004/10 oktober]

Op zondag 23 mei werd het orgel in de Adelbertkerk te Delft in gebruik genomen. Het uit 1967 daterende kerkgebouw had het tot dat moment zonder orgel moeten stellen. In 1999 werd contact gelegd met de Katholieke Klokken en Orgelraad en nog in datzelfde jaar nam men een principebesluit om een gebruikt mechanisch orgel te verwerven.
In maart 2000 begon de inmiddels opgerichte orgelcommissie aan haar zoektocht naar een geschikt instrument. Ruim een jaar later kwam het orgel van de H. Maria Reginaparochie uit Boxtel in beeld. Dit instrument werd in 1965 gebouwd door de firma B. Pels & Zoon (Alkmaar) onder advies van pater Dr. Matthieu Dijker en Hans Straatman. Deze laatste ontwierp ook de dispositie en reikte verder de noodzakelijke mensuren aan. De orgelkast werd gemaakt van eiken regel- en paneelwerk en voor de grootste frontpijpen werd roodkoper toegepast. De windladen werden vervaardigd van redwood en voorzien van platen en inliggende balgen; de slepen werden gemaakt van kunststof. Voor de mechanieken werd lichtmetaal toegepast; de walsborden werden gemaakt van watervast mahonieplaat 
De dispositie van het orgel luidde als volgt:
Hoofdwerk (I)
Prestant 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Sesquialter II
Mixtuur V-VI
Trompet 8
Nevenwerk (II)
Roerfluit 8
Baarpijp 4
Waltfluit 2
Cymbel III
Dulciaan 16
Tremulant
Pedaal
Subbas 16
Spitsfluit 8 (gereserveerd)
Cornet 4 (gereserveerd)
Koppelingen: I-II, Pedaal-I, Pedaal-II.

Het instrument bleef tot medio jaren 80 ongewijzigd. Daarna voerde de firma Gebr. Vermeulen (Weert) een herintonatie uit. Ook werd het instrument binnen het kerkgebouw verplaatst. Op 12 juni 2002 werd het orgel door de Adelbertparochie aangekocht onder voorbehoud van het verkrijgen van de noodzakelijke bisschoppelijke machtiging. Die machtiging kwam op 25 september van datzelfde jaar. 
Op 1 april 2003 tekende het parochiebestuur het contract met de orgelmakers Pels & Van Leeuwen (s-Hertogenbosch) voor schoonmaak, restauratie, wijziging en overplaatsing van het instrument. Adviseur Jos Laus stelde in overleg met opdrachtgever en orgelmaker een wijzigingsplan voor. 
Uiteindelijk besloot men om de registertrekker van de Mixtuur op het Hoofdwerk zodanig in te richten dat er ook een zelfstandige Octaaf 2 beschikbaar kwam. Verder werd aan het Hoofdwerk een kantsleep toegevoegd met daarop een nieuwe Fluit 4. Het Nevenwerk kreeg een nieuwe Viola di Gambe 8 in plaats van de Cymbel III en de Dulciaan 16 werd opgeschoven tot Dulciaan 8. In het Pedaal werd de Spitsfluit 8, waarvan een deel in het front aanwezig was, gecompleteerd. In plaats van de geplande Cornet 4 plaatste men een Fagot 16. Verder werd de intonatie van met name de registers Octaaf 4, Trompet 8 en Dulciaan 8 herzien. Tenslotte werd de orgelkast schoongemaakt en opnieuw gekleurd. 
De dispositie:
Hoofdwerk (I, C-g3)
Prestant 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Fluit 4
Octaaf 2
Sesquialter II
Mixtuur IV-V
Trompet 8
Nevenwerk (II, C-g3)
Roerfluit 8
Viola di gambe 8
Baarpijp 4
Waltfluit 2
Dulciaan 8
Tremulant
Pedaal (C-f1)
Subbas 16
Spitsfluit 8
Fagot 16
Koppelingen: I-II, Pedaal-I, Pedaal-II.

Bron: Programma van de ingebruikneming van het orgel in de Adelbertkerk te Delft op zondag 23 mei 2004, met dank aan Jos Laus