Amsterdam-Buiksloot, Hervormde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2004/07-08 juli/augustus]

Op zaterdag 24 januari werd het gerestaureerde orgel in de Hervormde Kerk te Buiksloot opnieuw in gebruik genomen. Dit
orgel werd in 1858 gebouwd door de Amsterdamse orgelmakers H. ter Hart en M. Roos. Het bleef in de loop der jaren niet
ongewijzigd. Tijdens herstelwerkzaamheden door J. de Koff in 1910 werd het pedaalklavier gewijzigd en de bijbehorende mechaniek vernieuwd. Verder schakelde men de frontpijpen C-Dis voor de Prestant 8 uit en plaatste men daarvoor vier houten binnenpijpen.
Op het Hoofdwerk werd de Trompet vervangen door een nieuw exemplaar. Op het Bovenwerk maakte de Gemshoorn 2 plaats voor een Salicet 8 en verving men de Vox Humana 8 door een Hobo 8.
Tenslotte werden de frontpijpen met aluminiumbrons behandeld en voerde men een herintonatie uit.
Nog ingrijpender waren de werkzaamheden die A. en P.C. Bik in 1966 uitvoerden. Het orgel werd nu op een galerij onder de
toren geplaatst. Verder vernieuwde men de windvoorziening en de Tremulant en voegde men een zelfstandig Pedaal toe. De
bijbehorende registers vonden een plaats op elektrische unit-laden; het pedaalklavier werd vervangen door een nieuw met een omvang van C-f1. De bestaande windladen kregen kunststof slepen en telescoophulzen. De houten Prestantpijpen uit 1910 werden weer verwijderd. Ook de dispositie bleef niet onaangeroerd. Op het Hoofdwerk voegde men een Mixtuur D IV toe terwijl de Bourdon 16 naar het Pedaal verhuisde. Op het Bovenwerk maakten de Salicet 8 en de Hobo 8 plaats voor een nieuwe Gemshoorn 2 en een nieuwe Dulciaan 8. Tenslotte vernieuwde men alle frontpijpen en werd de kast opnieuw geschilderd.
Bij de thans voltooide restauratie, uitgevoerd door Flentrop Orgelbouw onder advies van Wim Diepenhorst, is het orgel grotendeels in zijn oorspronkelijke vorm teruggebracht. Het in 1966 geplaatste Pedaal is verwijderd, evenals de Mixtuur D IV.
De oude Bourdon 16 werd weer op de lade van het Hoofdwerk geplaatst en aangevuld. De oude windladen zijn gerestaureerd, waarbij de telescoophulzen zijn verwijderd en de kunststof slepen zijn vervangen door eiken exemplaren. Verder is een nieuw pedaalklavier aangebracht en is de windvoorziening uit 1966 vervangen door twee nieuwe spaanbalgen met een trapinstallatie.
Daarnaast zijn nieuwe frontpijpen geplaatst en is de Trompet van het Hoofdwerk vervangen door een nieuw exemplaar.

Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3)
Bourdon 16 (deels nieuw)
Prestant 8 (frontpijpen nieuw)
Holpijp 8
Octaaf 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur B III
Cornet D IV
Trompet B/D 8 (nieuw)

Bovenwerk (Manuaal II, C-f3)
Holpijp 8
Viola di Gamba 8
Prestant 4
Fluit 4
Gemshoorn 2
Dulciaan 8

Aangehangen pedaal (C-d1). Winddruk: 75 mm. wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend. 
Bron: 
Flentrop Orgelbouw; 
Peter van Dijk (red.), Het Historische Orgel in Nederland 1850-1858, Amsterdam 2002, 352-354.