Oosthem, Gereformeerde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2003/12 december]

In 1840 leverde de firma L. van Dam & Zonen een nieuw orgel voor de Doopsgezinde Kerk te Heerenveen. Dit bescheiden éénklaviers instrument moest in 1900 plaatsmaken voor een nieuw orgel van Bakker & Timmenga. Deze firma bracht het oude orgel van Heerenveen over naar de Gereformeerde kerk van Oosthem. Zeer waarschijnlijk werd het instrument bij deze gelegenheid op een aantal punten gewijzigd. In elk geval is de windlade oorspronkelijk ingericht voor een stekermechaniek. Vermoedelijk bevond de klaviatuur zich oorspronkelijk aan de achterzijde. Op enig moment, vermoedelijk in 1900, is deze verplaatst naar de rechterzijde. Toen zijn ook nieuwe registerknoppen aangebracht en kwam de afsluiting te vervallen. In 1917 werden de frontpijpen gepolijst en in de daaropvolgende jaren werden kleinere herstelwerkzaamheden uitgevoerd.
Afgelopen zomer voltooide Flentrop Orgelbouw een algehele restauratie onder advies van Jan Jongepier. Daarbij werd de kast opnieuw geschilderd en de verdwenen afsluiting gereconstrueerd. De windlade, de drie spaanbalgen, de klaviatuur en het pijpwerk zijn gerestaureerd. De ingebruikneming vond plaats op 30 augustus.
De dispositie: Manuaal (C-f3): Prestant 8, Holpijp 8, Viola di Gamba 8, Octaaf 4, Fluit d’Amour 4, Gemshoorn 2, Cornet D III-IV. Aangehangen pedaal (C-f). Afsluiting, ventiel. Winddruk: 75 mm. wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend. 
Bron: Jan Jongepier en Het Historische Orgel in Nederland 1819-1840, [Amsterdam] 2001, 397-399.

Zie ook: http://www.organumfrisicum.nl/Nieuws_voet_orgels_b.htm