Hallum, Hervormde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2003/12 december]

De medewerkers van Orgelmakerij Bakker & Timmenga voltooiden deze zomer de eerste fase van de restauratie van het Van Gruisen-orgel (1811) in de Hervormde Kerk te Hallum. Dit instrument – het grootste van de familie Van Gruisen – bleef in de loop der jaren niet ongewijzigd. In 1871 restaureerde W. Hardorff het orgel. Bij die gelegenheid werd de windvoorziening vernieuwd en voegde men een vrij pedaal toe. De firma L. van Dam & Zonen wijzigde in 1909 de dispositie en bracht bij die gelegenheid ook nieuwe registerknoppen aan. In 1931 voerde de firma Bakker & Timmenga herstelwerkzaamheden uit. Toen werd de samenstelling van de vulstemmen gewijzigd, het houten pijpwerk deels vervangen en het open (metalen) pijpwerk deels verschoven en van expressions voorzien.
Bij de op 6 juni voltooide eerste fase van de restauratie zijn de windladen van Hoofdwerk en Rugpositief hersteld evenals de windvoorziening en het houten pijpwerk van het Pedaal. Adviseur was Jan Jongepier.
De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3): Bourdon 16, Prestant D 16, Prestant 8, Roerfluit 8, Violoncel 8, Octaaf 4, Speelfluit 4, Quint 3, Octaaf 2, Mixtuur B/D II-IV, Cornet D III, Trompet B/D 8. Rugpositief (Manuaal II, C-f3): Holpijp 8, Viola di Gamba 8, Célèste 8, Fluit Travers D 8, Prestant 4, Fluit d'Amour, Nassat 3, Woudfluit 2, Dulciaan 8. Pedaal (C-d1): Subbas 16, Octaafbas 8, Octaaf, Basson 16. Koppelingen HW-RP, Ped-HW. Tremulant. Winddruk: 70 mm wk. Toonhoogte: a1 = 434 bij 21 ºC. Temperatuur: evenredig zwevend. 
Bron: Jan Jongepier en Jan Jongepier (red.), Het Historische Orgel in Nederland 1790-1818. [Amsterdam] 1999, 276-278.

Zie ook: http://www.organumfrisicum.nl/Nieuws_voet_orgels.htm