Hoorn, Lutherse Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2003/4, april]

In 1773 vervaardigde Pieter Müller een nieuw orgel voor de Lutherse Kerk te Hoorn. Dit instrument werd in 1851 door Hermanus Knipscheer gerestaureerd en gewijzigd. In 1956 voerde D.A. Flentrop een restauratie uit, waarbij de windladen werden voorzien van dubbelverende slepen. De spaanbalgen werden vervangen door een schwimmerbalg; de afsluiters en het ventiel verwijderd.
Eind vorig jaar voltooide Flentrop Orgelbouw onder advies van Jan Jongepier een restauratie die in grote lijnen een correctie van de werkzaamheden van 1956 betrof. Zo werden de dubbelverende slepen vervangen door nieuwe eiken exemplaren en maakte de schwimmerbalg plaats voor een magazijnbalg met twee schepbalgen (1890) van Ypma. In verband daarmee werden de windkanalen aangepast en de verdwenen afsluiters en het ventiel gereconstrueerd. Het aldus herstelde instrument kon op 14 december van het vorig jaar weer in gebruik genomen worden.
De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-e3): Bordon 16, Prestant Dd 8, Quintadeen 8, Octaaf 4, Quintprestant 3, Superoctaaf 2, Mixtuur III-IV, Cornet D IV, Trompet B/D 8. Bovenwerk (Manuaal II, C-e3): Prestant D 8, Holpijp 8, Prestant 4, Fluijt 4, Nasat 3, Woudfluijt 2, Sexquialter D II, Dulciaan. Aangehangen pedaal (C-d1). Koppeling HW-BW B/D. Tremulant. Afsluitingen HW, BW. Ventiel. Winddruk: 68 mm wk. Toonhoogte: a1 = 443 Hz bij 18°C. Temperatuur: evenredig zwevend. 
Bron: Flentrop Orgelbouw; Jan Jongepier (red.) Het Historische Orgel in Nederland, 1769-1790, 83-84