Middenbeemster, Hervormde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2002/09, september]

In 1908 voltooiden de orgelmakers L. van Dam en Zonen (Leeuwarden) een nieuw voor de Hervormde Kerk van Middenbeemster. Dit instrument verving het oude orgel van Johannes Stephanus Strumphler (1784), dat in 1868 door Flaes & Brünjes met een Bovenwerk was vergroot. De orgelmakers Van Dam gebruikten in 1908 de bestaande windlade van het Bovenwerk alsmede enig pijpwerk van zowel Flaes als Strumphler; de overige delen van het instrument werden geheel nieuw gemaakt.
In de loop der jaren bleef het orgel niet ongewijzigd. Zo verving de firma Hasselaar in 1923 de Vox Humana 8 van het Bovenwerk door een Basson-Hobo 8. Zeer ingrijpend waren echter de wijzigingen die W. van Leeuwen in 1959 uitvoerde als uitvloeisel van de kerkrestauratie. De galerij die voor het orgel langs liep werd verwijderd en het orgel werd in zijn geheel lager geplaatst. Verder werden de zijpartijen van het front, die oorspronkelijk meer naar achteren lagen, meer op één lijn met de middenpartij gebracht. De zijwangen en de bekroningen van de vier torens kwamen te vervallen en de zwarte kleur van de kast werd vervangen door een bruine houtimitatie, afgezet met groen en goudbrons. Mogelijk nog ingrijpender waren de veranderingen in de dispositie. Op het Hoofdwerk verdwenen de Prestant D 16 en de Violoncel 8 ten gunste van een nieuwe Sesquialter D II en een Viola di Gamba 8 (de voormalige Salicionaal 8 van het Bovenwerk). Op het Bovenwerk bleef slechts de Roerfluit 8 gehandhaafd. De registers Salicionaal 8, Viola di Gamba 8, Aeoline 8, Fluit harmoniek 4 en Basson-Hobo 8 werden vervangen door de registers Prestant 4, Fluit 2, Nasard 1 1/3, Scherp III en Dulciaan 8.
Bij de thans voltooide restauratie, uitgevoerd door Flentrop Orgelbouw onder advies van Jan Jongepier, is getracht de toestand van 1908 zoveel mogelijk te herstellen. De bekroningen van de orgelkast zijn weer aangebracht en veel biezen en accenten zijn thans in bladgoud uitgevoerd. De dispositie van 1908 is grotendeels hersteld en uitgebreid met een Gemshoorn 2 (Bovenwerk). Voor de ontbrekende registers is gebruik gemaakt van bestaand pijpwerk, deels uit voorraad van de orgelmaker, deels van elders aangekocht. Dit betreft de registers Violoncel 8 (Van Dam 1919), Aeoline (Van Leeuwen 1903), Fluit harmoniek 4 (Adema 1898) en Gemshoorn 2 (Steenkuyl 1900). De Dulciaan 8 is nieuw gemaakt. De ingebruikneming vond plaats op 20 juli.
De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-g3): Prestant D 16, Bourdon 16, Prestant 8, Holpijp 8, Violoncel 8, Octaaf 4, Roerfluit 4, Quint 3, Octaaf 3, Mixtuur II-III, Cornet D III, Trompet B/D 8. Bovenwerk (Manuaal II, C-g3): Roerfluit 8, Salicionaal 8, Viola di Gamba 8, Aeoline 8, Fluit harmoniek 4, Gemsghoorn 2, Dulciaan 8 (nieuw). Pedaal (C-d1): Subbas 16, Gedakt 8, Basson 16. Koppelingen Hoofdwerk-Bovenwerk, Pedaal-Hoofdwerk, Pedaal-Bovenwerk; Tremulant. Winddruk: 72 mm.wk. Toonhoogte: a1 = 435 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend. 
Bron: brochure Ingebruikneming van het Gerestaureerde Van Dam-orgel in de Hervormde Kerk van Middenbeemster, alsmede informatie van Jan Jongepier