Nieuwegein, Dorpskerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2001/12, december]

Op vrijdag 21 september werd het gerestaureerde Holtgräve-orgel in de Dorpskerk te Nieuwegein opnieuw in gebruik genomen. De bewogen geschiedenis van dit instrument gaat terug tot 1867. In dat jaar leverde de in Deventer gevestigde orgelmaker H.G. Holtgräve een éénklaviers instrument met aangehangen pedaal voor de afgescheiden Gereformeerde Kerk in zijn woonplaats. Het instrument had bij oplevering vrijwel zeker de volgende dispositie: Manuaal (C-f3): Bourdon 16, Prestant 8, Holpijp B/D 8, Viola di Gamba 8 (vanaf c), Octaaf 4, Roerfluit 4, Octaaf 2, Trompet B/D 8. Aangehangen pedaal (C-d1). In 1935 werd het orgel voor 910 gulden verkocht aan de Christelijke Gereformeerde Kerk te Kampen; de firma M. Spiering (Dordrecht) verzorgde de overplaatsing. Bij deze gelegenheid werd de middentoren verlaagd en ging vermoedelijk ook de versiering op de torens verloren. De ingebruikneming van het orgel vond plaats op 17 december 1935. Omdat Spiering het naambordje van Holtgräve verwijderd, heeft men echter lange tijd gedacht dat hij voor de bouw van het instrument verantwoordelijk was.

Meer ingrijpend was de restauratie die L. Eversdijk (Goes) in 1950 uitvoerde. Hij wijzigde de windvoorziening en voegde een tremulant toe. Daarnaast verving hij de zeven frontpijpen van de middentoren en vermaakte de bestaande Viola di Gamba 8 tot Quint 3. Tenslotte was hij waarschijnlijk verantwoordelijk voor het vervangen van de registerplaatjes. Het aldus vernieuwde instrument werd op 27 januari 1951 gekeurd.

In 1960 transformeerde Willem van Leeuwen (Leiderdorp) het orgel tot een tweeklaviers instrument met vrij pedaal. De bestaande windlade werd gedeeld en van twee ventielkasten voorzien. De dispositie werd vrij ingrijpend gewijzigd en luidde vanaf dat moment als volgt: Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3): Prestant 8, Holpijp 8, Octaaf 4, Fluit 2 (nieuw, vanaf c), Mixtuur IV-VI (nieuw). Nevenwerk (Manuaal II, C-f3): Holpijp 8 (transmissie van HW), Roerfluit 4, Prestant 2, Quint 1 1/3 (oude Quint 3), Schalmeij 8 (oude Trompet met nieuwe bekers). Pedaal (C-d1): Subbas 16 (oude Bourdon 16). Koppelingen (als treden): HW-NW, Ped-HW, Ped-NW. Tremulant. Het pedaal kreeg een plaats op twee aparte laden tegen de zijwanden van de kast en was voorzien van een mechanische toetstractuur en een pneumatische registertractuur.

Nadat men te Kampen in 1966 een nieuw kerkgebouw in gebruik nam, besloot men tot de aanschaf van een nieuw orgel. Het oude instrument werd gedemonteerd en opgeslagen door de firma Van den Berg & Wendt. Uiteindelijk kreeg het in 1967 een nieuwe bestemming in de Nederlands Hervormde Johanneskerk te Nijmegen. Toen dit kerkgebouw vijf jaar later werd gesloten plaatste de firma Van den Berg en Wendt het orgel ongewijzigd over naar de Hervormde kerk te Jutphaas (thans Nieuwegein).

In 1999 kregen de orgelmakers Gebr. van Vulpen de opdracht voor een algehele restauratie van het gehavende instrument. Daarbij besloot men de oude windlade in zijn oorspronkelijke toestand te herstellen en daarnaast een geheel nieuw Bovenwerk aan te brengen. Voor de nieuwe en te reconstrueren delen stond het Holtgräve-orgel in de Hervormde Kerk te Bathmen (1876) model. De orgelkast werd zorgvuldig hersteld en kreeg nieuwe zijwanden en een nieuwe achterwand (grenen). Eveneens nieuw zijn de windvoorziening (magazijnbalg), de klaviatuur, de registermechaniek en de koppelingen. De nog bewaarde onderdelen van de speelmechaniek zijn hersteld. Het nog bewaarde oude pijpwerk is zorgvuldig hersteld en waar nodig aangevuld; de in 1950 geplaatste frontpijpen in de middentoren bleven gehandhaafd. Het schilderwerk aan de kast werd uitgevoerd door W. van den Berg (Lienden); als adviseur trad Rudi van Straten op.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3): Bourdon 16 (C-d1 oud, rest nieuw), Prestant 8 (C-Fis 1950, rest oud), Holpijp B/D 8 (dis3 en f3 nieuw, rest oud), Viola di Gamba 8 (vanaf c; c-fis, c1, c2 en h2-f3 nieuw, rest oud), Octaaf 4 (e3 nieuw), Roerfluit 4 (oud), Octaaf 2 (oud), Trompet B/D 8 (bekers nieuw). Bovenwerk (Manuaal II, C-f3, geheel nieuw): Roerfluit 8 (C-H grenen), Fl. Travers D 8, Salicionaal 4, Fluit 4 (C-f2 gedekt, rest open), Woudfluit 2. Pedaal (C-d1): Koppelingen HW-BW, Ped-HW, Ped-BW. Winddruk: 66 mm. Toonhoogte: a1 = 440 Hz bij 18° C. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Gebr. van Vulpen, W.D. van der Kleij, W.H. Zwart, Orgels en organisten in Kampen. Kampen, 1995, 129-131.