Hilversum, De Morgenster
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2001/10, oktober]

Het Van Vulpen-orgel dat thans ‘De Morgenster’ in Hilversum siert werd oorspronkelijke gebouwd voor de Goede Herderkerk te Hilversum. De ingebruikneming van het instrument, dat werd gebouwd naar een ontwerp van Cor Edskes, vond plaats op 1 april 1964. In de tweede helft jaren ’80 stemde Van Vulpen het orgel bij wijze van experiment in Werckmeister III met getempereerde b. Onder supervisie van dezelfde firma voerde Jean Telder in 1991 een herintonatie van de labialen uit. Daarbij werden de pijpvoeten verkleind, opsneden verhoogd, kernspleten geopend en waar nodig kernsteken aangebracht. De tongwerken bleven ongewijzigd. Alleen de Regaal van het Borstwerk werd voorzien van gesoldeerde halfopen dekseltjes. Na sluiting van het kerkgebouw, in september 1996, werd het orgel gedemonteerd en opgeslagen door de orgelmakers Kaat & Tijhuis (Kampen).

In december 2000 vond het instrument een nieuwe bestemming in de juist voltooide Morgenster, gebouwd naar ontwerp van Jim Klinkhamer. De plaatsing van het orgel werd uitgevoerd door de firma Kaat & Tijhuis. Bij die gelegenheid werd de oorspronkelijke evenredig zwevende temperatuur weer hersteld. Kerk en orgel konden op 10 december 2000 in gebruik genomen worden. In verband met ingrepen aan de kerkzaal, ter verbetering van de akoestiek, zijn de werkzaamheden aan het orgel echter nog niet geheel voltooid.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3): Prestant 8, Roerfluit 8, Octaaf 4, Gemshoorn 2, Mixtuur IV-V, Trompet 8. Borstwerk (Manuaal II, C-f3): Holpijp 8, Roerfluit 4, Prestant 2, Octaaf 1, Regaal 16. Pedaal (C-f1): Subbas 16, Prestant 8 (transmissie van HW), Fagot 16, Trompet 4. Koppelingen: HW-BW, Ped-HW, Ped-BW.

Bron: Jean Telder en Cees van der Poel