Soest, Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt)
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2001/09, september]

De medewerkers van Elbertse Orgelmakers restaureerden onlangs het orgel van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te Soest. Het instrument, dat waarschijnlijk omstreeks 1880 werd gebouwd door de Engelse orgelmaker H. Linsell, werd in 1983 voor deze kerk aangekocht van dhr. R. Venema (Ten Boer). Bij de plaatsing te Soest werkte Hans Brink aan de intonatie en kreeg het instrument een stemming in Werckmeister IV. Uit meer recent onderzoek van het instrument bleek echter dat het orgel omstreeks 1880 moet zijn gebouwd. Daarom is bij de jongste restauratie gekozen voor de evenredig zwevende temperatuur.

De orgelkast is van grenen. In het front staan pijpen van de Open Diapason en de Principal. De klaviatuur bevindt zich aan de voorzijde en is voorzien van een messing plaatje met daarop de naam van de orgelmaker. De oude windvoorziening is bewaard gebleven; naar keuze kan aan beide zijden van het orgel worden gepompt. De windlade is grotendeels van Cubaans mahonie; de roosters zijn van grenen.

De dispositie: Manuaal (C-f3): Open Diapason [8] (vanaf c), Dulciana [8] (vanaf c), Stop Diapason Bass [8] (12 tonen, naaldhout), Stop Diapason Treble [8] (vanaf c, naaldhout), Flute [4] (naaldhout, C-H gedekt, vervolg overblazend), Principal [4], Fifteenth [2]. Aangehangen pedaal (C-c1). Twee treden voor in- en uitschakeling Open Diapason, Flute, Principal en Fifteenth. Winddruk: 70 mm. Wk. Toonhoogte: a1 = 442 Hz bij 20 C. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Elbertse Orgelmakers en De Mixtuur 46 (1984), 661, 663.