Amersfoort, Oud-Katholiek Seminarie
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2001/07-08, juli/augustus]

Op 26 juni is het gerestaureerde bureau-orgel in de kapel van het Oud-Katholieke Seminarie te Amersfoort in gebruik genomen. Het instrument werd omstreeks 1790 vervaardigd door de Amsterdamse orgelmaker Johannes Strumphler en vond in 1969 een nieuwe bestemming in de huiskamerkerk van de Heilige Laurentius te Alkmaar, bijgenaamd Ons’ Liev’ Heer Ensuite. Bij deze gelegenheid voerde de firma L.J. Kramer (Boskoop) een restauratie uit. De in het verleden zwart gepolitoerde kast werd schoongemaakt en met parafine-olie behandeld, waarbij de signatuur van Strumphler weer zichtbaar werd. Ook bracht men een elektrische windvoorziening aan en werden de conducten vernieuwd. Verder voorzag men de windlade van telescoophulzen en werden de kandelaars, het koperbeslag, de registerknoppen en de registerplaatjes vernieuwd. Tenslotte werd de toonhoogte op a1 = 440 Hz gebracht. Op initiatief van Jaap Spaans werd de orgelkast in 1975 opnieuw gepolitoerd door de firma Ron Schouten. Deze verving ook het in 1970 aangebrachte beslag door laat 18de-eeuws beslag.

In 1977 verving Flentrop Orgelbouw de niet originele registerknoppen en opschriften door nieuwe, naar voorbeeld van het Strumphler-orgel van de Nederlandse Bachvereniging. De knoppen zijn ingelegd met parelmoeren plaatjes, waarin de registernamen zijn gegarveerd. Toen men in Alkmaar in 1993 een grotere kerkruimte betrok, en hierin een gebruikt positief van de firma Pels & Van Leeuwen plaatste, raakte het Strumphler-orgel al snel buiten gebruik. Om dit waardevolle kleinood voor de Oud-Katholieke Kerk te behouden besloot het Metropolitaan Kapittel het orgel aan te kopen en te laten restaureren. Vervolgens schonk men het instrument aan de Stichting Oud-Katholiek Seminarie te Amersfoort, om het aldaar in de kapel te plaatsen. De restauratie van het orgel, uitgevoerd door J.C. van Rossum onder advies van Jaap Spaans, werd mede mogelijk gemaakt door de Insingerstichting. Bij de thans voltooide restauratie zijn de wijzigingen in de windlade uit 1969 geheel ongedaan gemaakt. De magazijnbalg en het windkanaal zijn hersteld en de trapinstallatie met schepbalg gereconstrueerd. Het pijpwerk, dat op vier pijpen na nog geheel van de hand van Strumphler bleek te zijn, was in het verleden sterk gewijzigd en opgeschoven. Ook hier werd de oorspronkelijke staat hersteld, hetgeen ertoe heeft geleid dat de grove klank van voorheen heeft plaats gemaakt voor een zeer open en verfijnde toon.

De dispositie: Manuaal (C-f3): Holp. 8, Viol D 8, Fluyt B/D 4, Prest. D 4, Octaf D 2, Fluyt B 2. Tremulant. Winddruk: 42 mm. wk. Toonhoogte: a1 = 415 Hz. Temperatuur 1/6 komma.

Bron: J.C. van Rossum en J. Spaans