Minnertsga, Hervormde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2001/05, mei]

Op 28 april werd het gerestaureerde orgel van de Hervormde Kerk te Minnertsga opnieuw in gebruik genomen. Tijdens deze restauratie, uitgevoerd door Flentrop Orgelbouw onder advies van Jan Jongepier, is meer duidelijkheid ontstaan over de oorspronkelijke herkomst en maker van het instrument. Zo staat inmiddels vast dat het orgel in 1785 door Guillaume Robustelly werd gebouwd voor de parochiekerk van Vreren (België). Het orgel deed daar bijna 90 jaar dienst, maar in 1873 leverden de Maastrichtse orgelmakers Pereboom & Leijser een geheel nieuw orgel voor Vreren. Het oude instrument werd voor het luttele bedrag van 700 Francs ingenomen en kreeg in 1874 een nieuwe bestemming in de Hervormde Kerk van Welsrijp. Pereboom & Leijser werkten daarbij samen met E.S. Ypma. Het Robustelly-orgel werd bij deze gelegenheid ingrijpend gewijzigd. Zo verhuisde de klaviatuur van de achterzijde naar de linkerzijde en werden de klavieren, registerknoppen en mechanieken geheel vernieuwd. De windladen, oorspronkelijk met een omvang van CD-d3, werden uitgebreid tot C-g3. Tenslotte onderging de dispositie een aantal wijzigingen. Zo verdween bijvoorbeeld de Clairon 4 van het Grand Orgue ten gunste van een nieuwe Montre 8. Voor het overige verdwenen zowel op Grand Orgue als Positif een aantal labiaal-registers. Het overtollige (kleine) pijpwerk werd echter veelal gebruikt om de uitbreiding van de klavieromvang te realiseren. Tien jaar later, in 1884, leverden Bakker en Timmenga nog een nieuwe magazijnbalg, zodat daarmee ook de originele windvoorziening grotendeels verloren ging.

In 1955 kreeg het orgel een nieuwe bestemming in de Hervormde Kerk van Minnertsga. De overplaatsing werd uitgevoerd door de firma Vaas en Bron. Bij deze gelegenheid werd de kast naar achteren verdiept om een vrij pedaal te kunnen plaatsen; het pedaalklavier werd eveneens vernieuwd. Het orgel kreeg een plaats midden op de galerij en werd van een nieuwe onderbouw voorzien, hetgeen tot ingrijpende aanpassing van de mechanieken en verplaatsing van de klaviatuur leidde. Ook het pijpwerk bleef niet onaangetast omdat veel nieuwe stemkrullen werden ingesneden. In 1987 voerde Flentrop Orgelbouw een deelrestauratie uit. Bij die gelegenheid werden de windladen van het Grand Orgue hersteld, waarna het bijbehorende pijpwerk werd herplaatst. Windlade en pijpwerk van het Positif lagen sindsdien opgeslagen op de orgelgalerij.

Bij de thans voltooide restauratie herkreeg het orgel zijn oorspronkelijk bedoelde opstelling in de balustrade. De onderbouw uit 1955 is verwijderd en de oorspronkelijke diepte van de hoofdkast hersteld. De oude achterwand is herplaatst en waar nodig gecompleteerd. Achter de hoofdkast is een nieuwe pedaalkast geplaatst met gebruikmaking van de delen uit 1955. De klaviatuur keerde terug naar de hoogte van 1874. Omdat er echter wijzigingen in de dispositie zijn aangebracht konden de nog aanwezige ronde gaten voor de registerknoppen niet opnieuw worden gebruikt en is een nieuw registerbord gemaakt. De registerknoppen met porseleinen plaatjes dateren nog grotendeels uit 1874, de nieuwe zijn in dezelfde stijl bijgemaakt. De klavieren zijn hersteld en de pedaalomvang is teruggebracht tot 25 tonen. De pedaalmechaniek is geheel nieuw opgezet met gebruikmaking van delen uit 1955. Ook het grootste deel van de overige abstractuur en winkelbalken is vernieuwd; de oude walsramen zijn hersteld. De magazijnbalg van Bakker en Timmenga is gerestaureerd en kreeg een plaats onder de nieuwe pedaalkast. Uit onderzoek van de laden en het pijpwerk kon de oude dispositie worden vastgesteld. Op basis daarvan werd besloten deze dispositie zoveel mogelijk te completeren, met als gevolg dat alle bewaardgebleven pijpwerk van Robustelly naar zijn oorspronkelijke plaats terugkeerde. Tenzij anders aangegeven dateert het oude pijpwerk uit 1785, met uitzondering van de tonen dis3-g3 waaroor nieuw pijpwerk is gemaakt. Bij het oude pijpwerk zijn de stemkrullen uit 1955 verwijderd.

De dispositie: Grand Orgue (Manuaal I, C-g3): Montre 8 (1874/2001), Bourdon 8, Prestant 4, Flûte 4 (1785/2001), Nasard 3 (1785/2001), Doublette 2, Tierce 1 3/5 (1785/2001), Fourniture IV, Sexquialter II (1785/2001), Cornet D IV (vanaf cis ), Trompette 8. Positif (Manuaal II, C-g3): Bourdon 8, Mélophone 8 (1874), Salicional 8 (1874, C-H gecombineerd met Mélophone), Prestant 4, Flûte 4, Nasard 3, Doublette 2, Fourniture III (8 pijpen 1785 rest 2001), Cromhorne 8. Pédale (C-c1): Soubasse 16 (1955), Oktavebasse 8 (1955), Oktavebasse 4 (1955). Accouplement des Claviers, Accouplement Pedale. Winddruk: 88 mm. wk. Toonhoogte: a1 = 444 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Flentrop Orgelbouw en Jan Jongepier