Heeswijk, H. Willibrorduskerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2000/11, november ]

Op zondag 10 september werd het gerestaureerde Smits-orgel van de parochiekerk H. Willibrordus te Heeswijk opnieuw in gebruik genomen. Het instrument werd oorspronkelijk in 1876 gebouwd door de orgelmakers F.C. Smits (Reek) voor de voormalige middeleeuwse parochiekerk. Nadat in 1896 het huidige kerkgebouw, een schepping van de architect Stornebrink, was ingewijd, plaatsten de orgelmakers Smits het orgel over. Zij ontvingen hiervoor een bedrag van 300 gulden, zodat ingrijpende wijzigingen mogen worden uitgesloten. Waarschijnlijk vervaardigden zij wel een nieuw front, alsmede een nieuwe achterwand van de orgelkast. Daarnaast brachten zij waarschijnlijk een zwelkast aan, die door middel van een trede werd bediend. In 1931 voerde de firma Gebr. Vermeulen schoonmaak- en herstelwerkzaamheden uit. Daarbij werden de tinnen frontpijpen vervangen door zinken exemplaren, en kreeg het orgel een elektrische windmachine.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog liep de kerktoren aanzienlijke schade op. Het orgel had daarna te lijden van blootstelling aan weer en wind, maar het zou nog tot 1949 duren voordat het herstelde instrument weer in gebruik genomen kon worden. Net als in 1931 deed men ook nu een beroep op de firma Gebr. Vermeulen. Bij die gelegenheid verhoogde men de toonhoogte tot a1 = 435 Hz en verving men de pijpen in het groot octaaf van de Viola di Gamba 8 door zinken exemplaren. Tenslotte verwijderde men de zwelkast en werd het pedaalklavier gewijzigd.

In de jaren 1960 voerde J. Clerx (Boxtel) schoonmaak- en herstelwerkzaamheden uit. Onder invloed van liturgievernieuwing na het Tweede Vaticaans Concilie, verhuisde het kerkkoor in de jaren 1970 definitief naar beneden. Men schafte vervolgens een elektronium aan en het Smits-orgel bleef eenzaam op de orgeltribune achter. In 1987 voerden enige, niet bij een orgelmaker geschoolde, personen nog schoonmaak- en herstelwerkzaamheden uit, maar een algehele restauratie van het Smits-orgel was op termijn onvermijdelijk. Een brand in de sacristie, in 1995, bracht uiteindelijk de restauratie van het orgel op gang en in 1999 kreeg de firma Pels & Van Leeuwen de opdracht voor een algehele restauratie. Het parochiebestuur had inmiddels besloten dat het instrument beneden in de kerk zou moeten worden opgesteld, en zo kreeg het orgel een plaats in het rechtertransept van de kerk. De restauratie omvatte verder hoofdzakelijk het herstel van de orgelkast en de vervaardiging van een nieuwe tinnen frontpijpen. De zijvelden kregen eenvoudige kappen, evenals de middentoren. Verder voorzag men het front van eenvoudig zaagwerk, waarachter rood doek werd aangebracht. De frontzijde en de zijwanden van de aldus vernieuwde kast werden in imitatie-eiken geschilderd door de firma Van Zuydam (Hellouw). De overige onderdelen van het instrument werden zorgvuldig gerestaureerd.

De dispositie: Manuaal (II, C-f3): Prestant 8 (c-h nieuw, front, discant oud), Bourdon 16 (C-h eiken, vervolg metaal), Holpijp 8 (C-H eiken), Diapason 4 (C-F nieuw, front), Quint 3 (C-h roergedekt, vervolg open), Octaaf 2, Cornet D III, Trompet 8 (bekers C-F nieuw). Positief (I, C-f3): Roerfluit 8 (C-H eiken), Viola di Gamba 8 (metaal, C-H nieuw, vervolg oud) Flūte Harmonique D 8 (c1-h2 overblazend, vervolg natuurlijke lengte), Salicet 4, Melophone 4 (C-f gedekt, vervolg open), Violine 2. Aangehangen pedaal (C-c). Manuaalkoppel (uitgevoerd als trede). Winddruk: 77 mm wk. Toonhoogte: a1 = 429 Hz bij 15 °C. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: de bijdrage van Ton van Eck in R. de Visser (ed.), Het Heeswijks Smits-orgel; uitgave ter gelegenheid van de ingebruikneming van het gerestaureerde Smits-orgel in de parochiekerk van de H. Willibrordus te Heeswijk.