Dokkum, Gereformeerde Fonteinkerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2000/10, oktober ]

Dit voorjaar kreeg het uit 1975 daterende Reil-orgel van de Noorderkerk te Dokkum een nieuwe bestemming in de Fonteinkerk aldaar. Bij de overplaatsting, uitgevoerd door orgelmakerij Bakker & Timmenga onder advies van Jan Jongepier, is het instrument geheel nagezien. Behalve de noodzakelijke schoonmaak- en herstelwerkzaamheden, werden intonatiegebreken verholpen. Daarnaast vervaardigde men een nieuwe stemvloer alsmede een nieuwe dempkist voor de windmotor. De ingebruikneming vond plaats op 18 mei.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-f3): Prestant 8, Spitsfluit 8, Octaaf 4, Woudfluit 2, Mixtuur VI, Trompet 8. Borstwerk (Manuaal II, C-f3): Gedekt 8 (C-H hout), Roerfluit 4, Octaaf 2, Quintfluit 1 1/2, Regaal 8 (stevelblok, ronde houten koppen). Pedaal (C-d1): Subbas 16 (hout), Octaaf 8 (C-fis transmissie uit HW), Fagot 16, Schalmij 4. Koppelingen: I-II, P-I, P-II. Tremulant Borstwerk. De tongwerken zijn voorzien van houten stevels en koppen.

Het voormalige orgel van de Fonteinkerk, een uit 1972 daterend Positief van de firma Gebr. van Vulpen, kreeg een nieuwe bestemming in de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te Wouterswoude.
Bron: het ORGEL 72 (1976), 97-100. Orgelmakerij Bakker & Timmenga en Jan Jongepier