Doezum, Gereformeerde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2000/10, oktober ]

Op 10 september werd het ‘nieuwe’ orgel van de Gereformeerde Kerk te Doezum in gebruik genomen. Het uit 1962 daterende kerkgebouw kreeg in 1966 haar eerste orgel, een instrument van de firma Verschueren (Heythuysen) dat in 1961 was gebouwd voor de St.-Jan de Doperkerk te Schiedam. De overplaatsing van dit orgel naar Doezum werd uitgevoerd door de firma Jos. Vermeulen (Alkmaar). Het van origine pijploze front werd bij deze gelegenheid uitgebreid met twee zijvelden waarin het klein octaaf van de Prestant 8 was opgenomen. De dispositie van het instrument was daarna als volgt: Manuaal (C-g3): Holpijp B/D, Prestant 8 (vanaf c), Roerfluit B/D 4, Prestant B/D 2, Mixtuur B/D II-III. Aangehangen pedaal (C-f1).

In 1991 wijzigde P. Dijkstra de samenstelling van de Mixtuur, maar al kort daarna werden plannen ontwikkeld voor de aanschaf van een groter instrument. Uiteindelijk zag men kans om het orgel van de begin 2000 gesloten Gereformeerde Maranathakerk te Sebaldeburen te verwerven. De overplaatsing van dit instrument, in 1965 gebouwd door R. Kamp, werd uitgevoerd door de firma Mense Ruiter. Als adviseurs traden Anco Ezinga en Victor Timmer op. De komst van dit ‘nieuwe’ orgel was aanleiding om een deel van de kerkzaal te moderniseren. Het Kamp-orgel kreeg een plaats op een nieuwe verhoogde houten vloer aan de linkerzijde van het liturgisch centrum. De nog immer ongewijzigde dispositie van het orgel luidt als volgt: Manuaal (C-f3): Bourdon 16, Prestant B/D 8, Roerfluit B/D 8, Octaaf B/D 4, Fluit B/D 4, Vlakfluit B/D 2, Mixtuur B/D III, Sesquialter D II. Pedaal (C-d1): Bourdon 16 (transmissie). Pedaalkoppel.

Het afgedankte Verschueren-orgel werd verkocht en door de firma Mense Ruiter opgesteld in de St.-Jozefkerk te Zuidhorn.
Bron: Victor Timmer. Zie ook Het Groninger Orgelbezit II (Westerkwartier), 52-53 en 152-153