Oostende (B), Petrus & Pauluskerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2000/9, september ]

Oostende (B), Petrus & Pauluskerk

Op 7 mei werd het gereconstrueerde Schyven-orgel van de St.-Petrus en Pauluskerk te Oostende in gebruik genomen. Het instrument, oorspronkelijk gebouwd door de Brusselse firma Pierre Schyven & Co., telde bij oplevering in 1907 40 sprekende stemmen, verdeeld over drie klavieren en pedaal. De decoratieve afwerking van het orgel werd, in afwachting van ruimere financiële middelen, uiterst sober gehouden. Het front van de beide grote kasten – aan weerszijden van het oxaal - bestond uit houten imitatiepijpen, beschilderd met aluminiumverf. Om een al te gecompliceerde mechaniek voor het Positief, dat zich in een aparte kast onder het roosvenster bevond, te vermijden legde men voor dit werk een pneumatisch regeerwerk aan. De rest van het regeerwerk was mechanisch, aangevuld met een barkermachine voor het Groot Orgel.

Nadat het instrument door slijtage en oorlogsschade nagenoeg onbespeelbaar was geworden, volgde in 1954 een grondige renovatie door de firma Loncke. De drie kasten werden met elkaar verbonden en van een nieuwe (zinken) façade in open opstelling voorzien. Daarnaast vervaardigde men een geheel nieuwe elektrisch regeerwerk en breidde men de dispositie uit tot 45 sprekende stemmen. Verschillende oude registers werden echter gewijzigd of verwijderd.

Nadat het instrument rond 1990 opnieuw onbespeelbaar was geworden gaf de kerk, op advies van organist-titularis Peter Ledaine, in 1991 aan Koos van de Linde de opdracht om een ontwerp voor een nieuwe restauratie te maken. Voor het klinkende gedeelte opteerde men in principe voor de toestand van 1907, zij het met enkele bijpassende toevoegingen. Voor het overige koos men voor een nieuw technisch en architectonisch concept. Met integratie van de nog bruikbare delen ontwierp men een nieuw front. Van het oude pijpwerk was nog ongeveer 70% redelijk gaaf bewaard. Ook de oude pedaalladen en de balgen konden opnieuw worden gebruikt. De reconstructie werd in 1998 toevertrouwd aan Flentrop orgelbouw. Het orgel kreeg ditmaal een (geheel nieuwe) mechanische traktuur voor alle werken met een barkermachine voor het Groot Orgel.

De dispositie: Groot Orgel (Manuaal I, C-g3): Bourdon 16, Montre 8, Flûte harmonique 8, Bourdon 8, Gambe 8, Prestant 4, Flûte à cheminée 4, Doublette 2, Fourniture IV-V, Cornet V, Bombarde 16, Trompette 8, Clairon 4. Positief (Manuaal II, in zwelkast, C-g3): Octave 8, Salicional 8, Flûte 8, Bourdon 8, Flûte harmonique 4, Nazard 2 2/3, Flageolet 2, Tierce 1 3/5, Trompette 8, Clarinette 8, Cor anglais 8. Reciet (Manuaal III, in zwelkast, C-g3): Bourdon 16, Flûte harmonique 8, Bourdon 8, Dolciana 8, Voix céleste 8, Flûte d’echo, Doublette 2, Fourniture III, Trompette 8, Basson-Hautbois 8, Voix humaine 8. Pedaal (C-f1): Contrebasse 16, Sous-basse 16, Quinte 12, Octave basse 8, Violoncelle 8, Flûte 4, Bombarde 16, Trompette 8. Combinaties: Ped-GO, Ped-Pos, Ped-Rec, GO-Machine, GO-Pos, GO-Rec, Pos-Rec, GO-Rec 16, expr. Pos, expr. Rec, Forte Général, appel des jeux de combinaisons au GO, Pos, Rec, Ped, Tremblant Pos, Tremblant Rec. Winddrukken: GO, Pos, Rec: 87 mm wk, Ped: 107 mm wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. bij 20 °C. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Koos van de Linde en Flentrop Orgelbouw