Marum, Gereformeerde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2000/9, september ]

Op 1 juli werd het gerestaureerde Leeflang-orgel in de Gereformeerde Kerk te Marum opnieuw in gebruik genomen. Het uit 1962 daterende instrument kreeg een nieuwe windvoorziening alsmede nieuwe stevels en koppen voor de drie tongwerken. Verder werden de windladen gerestaureerd, het verzakte pijpwerk hersteld en de traktuur gecorrigeerd. Ook de dispositie onderging enkele wijzigingen. Op het Pedaal ruimde de oude Quintaaf II, bestaande uit 4+2 voet, het veld voor een nieuwe Gedekt 8. Het Hoofdwerk kreeg de bestaande Octaaf 2 van het Nevenwerk in plaats van een Vlakfluit 2. Op het Nevenwerk verwijderde men de oude Scherp III, waarna de vrijgekomen ruimte werd benut om de bestaande Sesquialter II te splitsen in een losse Quintfluit 2 2/3 en een losse Terts 1 3/5. De plaats van de Octaaf 2 werd opgevuld door de oude Vlakfluit 2 van het Hoofdwerk. Tenslotte volgde een herintonatie.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal II, C-g3): Prestant 8, Roerfluit 8, Octaaf 4, Gedekte fluit 4, Octaaf 2, Mixtuur V, Trompet 8. Nevenwerk (Manuaal I, C-g3): Holpijp 8, Prestant 4, Koppelfluit 4, Quintfluit 2 2/3, Vlakfluit 2, Terts 1 3/5, Dulciaan 8. Pedaal (C-f1): Bourdon 16, Prestant 8, Gedekt 8, Fagot 16. Koppelingen HW-NW, Ped-HW, Ped-NW. Winddruk: 73 mm wk. Toonhoogte a1 = 440 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Hendriksen & Reitsma Orgelbouw