Neuenkirchen an der Stör (D), St.-Nicolai-Kirche
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2000/7-8, juli/augustus ]

neuenkirchen.jpg (32172 bytes)Eind vorig jaar werd de reconstructie van het Johann Daniel Busch-orgel in de St.-Nicolai-Kirche in Neuenkirchen an der Stör (bij Itzehoe, Noord-Duitsland) voltooid. De geschiedenis van dit bijzondere instrument, een van de weinige bewaardgebleven laatbarokke dorpsorgels in Schleswig-Holstein, gaat terug tot aan het einde van de 18de eeuw. Het kerkje, dat al in 1289 zijn huidige vorm had, beschikte in elk geval aan het begin van de 17de eeuw reeds over een orgel. Dit instrument ging echter in 1627 verloren. Daarna moest de kerk het lange tijd zonder orgel stellen.

In 1785 schonk Thomas Orth, voogd van de parochie, een nieuw instrument. Voor de bouw van dit orgel deed men een beroep op de in Itzehoe gevestigde orgelmaker Johann Daniel Busch (1735-1787). Deze had in 1753 de werkplaats van zijn vader Johann Dietrich (waarschijnlijk een leerling van Arp Schnitger) overgenomen. Johann Daniël Busch werkte vooral in het huidige Schleswig-Holstein; het instrument dat hij voor Neuenkirchen bouwde was een van zijn laatste orgels. Van zijn œuvre resteren tegenwoordig slechts de orgels te Kahleby en Ulsnis. Het laatstgenoemde is echter in zeer slechte staat.

Over de bouw en verdere lotgevallen van het orgel te Neuenkirchen waren tot 1989 geen verdere gegevens voorhanden. Toen evenwel ontdekte men een aantal archiefstukken waaruit onder meer de oorspronkelijke gedaante van het instrument afgeleid kon worden. Een contract bleef evenwel niet bewaard, en de eerste 50 jaar van het orgel zijn nog altijd in nevelen gehuld. In 1841 waren herstellingen dringend noodzakelijk. In eerste instantie benaderde men Johann Hinrich Wohlien (1779-1842), maar al snel daarna nam men contact op met de firma Marcussen & Reuter. Uiteindelijk voerde deze laatste firma in 1847 een omvangrijke restauratie uit. De mechanieken werden gerenoveerd, de frontpijpen met tinfolie bekleed en de orgelkast opnieuw geschilderd. Meer ingrijpend waren de vervanging van de drie spaanbalgen door twee magazijnbalgen en het opnieuw indelen van de windlade. Verder ruimde de Vox Humana 8 het veld ten gunste van een Viola da Gamba 8. Tenslotte werd een gelijkzwevende temperatuur gelegd en de intonatie gewijzigd door het toevoegen van kernsteken en het incidenteel verhogen van de opsneden. Daarna bleef het orgel lange tijd vrijwel onaangetast. In 1917 werden de frontpijpen gevorderd en in 1944 voerde de firma Hammer kleine herstellingen uit.

In 1956 volgde een nieuwe algehele restauratie, ditmaal uitgevoerd door Ernst Brandt. Deze plaatste ondermeer nieuwe frontpijpen, nieuwe pijproosters en nieuwe (gebruikte) klavieren. Verder wijzigde hij de windvoorziening en vernieuwde hij registeropschriften. De Viola di Gamba 8 werd vervangen door een Quint 1 1/3 en door het verhangen van de traktuur verlaagde hij de toonhoogte tot ongeveer 440 Hz. Ruim 25 jaar later nam de orgelmaker Heinz Hoffmann het orgel onder handen. Deze verwijderde in 1984 de bestaande windvoorziening ten gunste van een nieuwe magazijnbalg en voorzag de windlade van nieuwe kunststof slepen. Verder vernieuwde hij alle sprekende frontpijpen, evenals de tongen van de Trompete 8. Tenslotte werd de traktuur weer op de oorspronkelijke plaats teruggehangen, maar om de ‘normale’ toonhoogte te kunnen handhaven moesten de pijpen voor de toets C verlengd worden en die voor D nieuw vervaardigd. Het overige pijpwerk schoof een plaats op. Ofschoon al meteen na oplevering bleek dat de nieuwe windvoorziening niet voldeed, kreeg dezelfde orgelmaker in 1988 nog opdracht voor de levering van een vrij pedaal; een opdracht die echter nooit uitgevoerd zou worden.

De in 1989 ontdekte historische informatie over het instrument leidde tot het besluit om – in het kader van een algehele kerkrestauratie – het orgel in zijn oorspronkelijke toestand te laten herstellen. Uiteindelijk kreeg de firma Orgelmakerij Gebr. Reil de opdracht voor deze reconstructie. Men vervaardigde drie nieuwe spaanbalgen alsmede een nieuwe klaviatuur, nieuwe gefoliede frontpijpen en een nieuwe Vox Humana 8. Het nog bewaard gebleven oude pijpwerk en de overige oude onderdelen werden zorgvuldig hersteld en gecompleteerd. Voor de reconstructie van de Vox Humana 8 stond het gelijknamige register (Busch 1767) in het orgel van de Klosterkirche te Preetz model. De Trompete 8 kreeg nieuwe tongen en de in de loop der jaren ingekorte bekers werden weer verlengd. Tenslotte werd de oorspronkelijke toonhoogte hersteld. Het opnieuw schilderen van de orgelkast in de originele kleurstelling is nog in voorbereiding.

De dispositie: Obermanual (CD-c3): Principal 8, Octav 4, Quint 3, Octav 2, Mixtur III. Untermanual (CD-c3): Gedackt 8, Flöte 4, Waldflöte 2, Sexquialter II, Trompete B/D 8, Vox Humana 8. Aangehangen pedaal (CD-d1). Koppelingen: Schuifkoppel Obermanual-Untermanual, Pedal-Untermanual. Tremulant (gehele werk), ZimbelStern, Calcantenzug, Ober Ventiel, Unter Ventiel, Noli me tangere. Winddruk: 63 mm wk. Toonhoogte: a1 = 470 Hz bij 16 °C. Temperatuur: Neidhardt 1724.

Bron: Orgelmakerij Gebr. Reil alsmede Festschrift Die Kirche St. Nicolai in Neuenkirchen an der Stör