Bilthoven, Noorderkerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2000/7-8, juli/augustus ]

bilthoven.jpg (42012 bytes)Op 28 mei werd het nieuwe orgel van de Noorderkerk te Bilthoven in gebruik genomen. Voor deze kerk vervaardigden Gebr. van Vulpen in 1955 reeds een éénklaviers koororgel. Begin vorig jaar verleende de Kerkvoogdij Hervormde Gemeente Bilthoven eveneens aan Gebr. van Vulpen de opdracht voor het onlangs voltooide instrument. Daarbij oriënteerden de opdrachtgevers zich op een vergelijkbaar instrument voor het ziekenhuis De Gelderse Vallei in Ede waarvoor de opdracht inmiddels was verstrekt. De vormgeving van het Bilthovense orgel werd echter enigszins aangepast.

De orgelkast is van esdoorn; windladen, wellenborden, klavieren, houten pijpen en windkanalen zijn van eiken. De spaanbalg, die in de onderkast is geplaatst, is van grenen en voorzien van eiken scheppen. Het pijpwerk is geheel in eigen werkplaats vervaardigd. De prestantregisters zijn van 30% tin, met uitzondering van de frontpijpen (75 %). Voor de fluiten gebruikte men bijna 100% lood. Het instrument is in eerste instantie opgeleverd met acht registers; de gereserveerde stemmen kunnen later worden geplaatst.

De dispositie: Hoofdwerk (I, C-f3): Prestant 8, Holpijp 8, Octaaf 4, Quintfluit 3 Octaaf 2, Mixtuur II-III (gereserveerd), Sesquialter II (gereserveerd), Dulciaan 8 (gereserveerd). Borstwerk (II, C-f3): Gedekt 8, Spitsfluit 4, Woudfluit 2 (gereserveerd), Cornet III (vanaf g, gereserveerd). Pedaal (C-d1): Subbas 16. Koppelingen: Hoofdwerk-Borstwerk (schuifkoppel), Pedaal-Hoofdwerk, Pedaal-Borstwerk. Winddruk: 55 mm wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: Neidhardt II.

Bron: Orgelmakerij Gebr. van Vulpen