Heffingen (Luxemburg), huisorgel
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 2000/5, mei]

Onlangs voltooide Georg Westenfelder de restauratie van het secretaire-orgel van Kees Volger te Heffingen. Het instrument werd in 1841 of 1851, de signatuur op n van de balgbladen is hierover niet eenduidig, voltooid door J.C. InderMaur, orgelmaker te Amsterdam. In de loop der jaren wisselde het orgel regelmatig van eigenaar, hetgeen het instrument niet altijd ten goede kwam. Volgens de beschrijving, zoals die in het eerste nummer van de Mixtuur (november 1970) werd opgenomen, was op dat moment de vermoedelijk originele Prestant D 8 vervangen door een Quint 1 1/2. Overigens zouden verscheidene pijpen van de Prestant D 8 in de Prestant D 4 en Octaaf B/D 2 terecht zijn gekomen. Het instrument was op dat moment gedemonteerd en opgeslagen in de toren van de Kruiskerk te Amstelveen; het metalen pijpwerk verkeerde volgens deze beschrijving in slechte tot zeer slechte staat. Op het onderste balgblad werd de aantekening n 8 in het handschrift van InderMaur aangetroffen. Bij de jongste restauratie, uitgevoerd door Georg Westenfelder, maar gedeeltelijk uitbesteed aan Stefany Cref-Kppers (Stenay) was men van mening dat op de plaats van de Quint D 1 1/2 oorspronkelijk een Quint D 2 2/3 had gestaan. Dit is gebaseerd op het originele opschrift van het bijbehorende registerplaatje. De dispositie is dan ook op deze wijze aangepast. De fraaie kas, nagenoeg identiek aan het orgeltje in de Hervormde Gemeente te Ermelo (zie de ORGELkrant van maart, 7), werd gerestaureerd door Nicolas Fohl (Nommern). De inspeling van het aldus herstelde instrument werd verzorgd door de vorige eigenaar, Bernhard Steinvoort.

De dispositie: Manuaal (C-f3): Holpijp B/D 8, Fluit B/D 4, Prestant D 4, Quint D 2 2/3, Octaaf B/D 2, Fluit B 1. Deling B/D tussen h en c1. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Kees Volger en de Mixtuur nr. 1, 1970, 8-9