Hoogstede (D), Evangelisch-altreformierte Kirche
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/12, december]

Op 4 juli werd het vernieuwde orgel in de Evangelisch-altreformierte Kirche te Hoogstede in gebruik genomen. De orgelmaker Hans Wolf (Verden an der Aller) leverde in 1961 een éénklaviers instrument met vrij pedaal. Dit orgel liep enkele jaren geleden echter aanzienlijke waterschade op. In 1996 vonden herstelwerkzaamheden plaats, uitgevoerd door B.A.G. Orgelmakers. Toen bereidde men ook de plaatsing van een Rugpositief voor, maar pas deze zomer was de geplande uitbreiding eindelijk een feit. Voor het nieuwe Rugpositief maakte men gebruik van ander pijpwerk van Hans Wolf, afkomstig uit het Christian Vater-orgel (1722) van de Petrikirche te Melle, dat in verband met een reconstructie van dit instrument overcompleet geworden was. Ook voor de nieuwe frontpijpen kon reeds bestaand materiaal worden benut. Bij deze gelegenheid werd tevens de Waldflöte 2 van het Hoofdwerk vervangen door een Oktave 2. De uitbreiding werd uitgevoerd door B.A.G. Orgelmakers onder advies van Gerrit Geerds.

De dispositie (de met M gemerkte registers zijn afkomstig uit Melle): Hauptwerk (C-f3): Prinzipal 8, Gedackt 8, Oktave 4, Rohrflöte 4, Quinte, Oktave (M), Mixtur IV-V. Rückpositiv (C-f3): Hohlpfeife 8 (M), Prinzipal 4, Rohrflöte 4 (M), Waldflöte 2, Sesquialter II (M), Vox Humana 8 (M). Pedal (C-f1): Subbass 16, Rohrpfeife 4. Koppelingen HW-RP, Ped-HW, Ped-RP. Winddruk: 65 mm wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: B.A.G. Orgelmakers