Burgsteinfurt (D), Kleine Kirche
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/11, november]

burgsteinfurt.jpg (17463 bytes) Op 31 oktober is het nieuwe orgel, gebouwd door Hans van Rossum, van de Kleine Kirche te Burgsteinfurt (Duitsland) in gebruik genomen. De Kleine Kirche werd tussen 1471 en 1477 gebouwd en fungeerde oorspronkelijk als stadskerk. Zo vonden hier nog tot 1806 de verkiezingen van de burgemeester en de raadsleden plaats. Over de vroegste orgels in deze kerk is niets bekend. Zeker is wèl dat men in 1677 plannen maakte voor de bouw van een (nieuw) orgel. Dit instrument moest 17 voet hoog zijn, twee blaasbalgen en acht registers hebben. Het kostte 150 rijksdaalders. De naam van de orgelmaker is niet overgeleverd. In 1856 kreeg de orgelmaker Johann Friedrich Schulze de opdracht voor de bouw van een geheel nieuw instrument, dat op 23 februari 1857 werd gekeurd. Het orgel telde 13 stemmen, waaronder een transmissie, verdeeld over twee manualen en pedaal. Op 22 maart 1945 werd de kerk door brandbommen vrijwel geheel verwoest. Slechts de toren en de buitenmuren bleven bewaard; de inventaris ging geheel verloren. Bij de herbouw van de kerk zag men af van de vervaardiging van een orgelbalkon zoals dat tot 1945 aanwezig was. Ook het 19de-eeuwse houten gewelf en de galerijen keerden niet terug. De nieuwe kruisribgewelven werden uitgevoerd in beton hetgeen natuurlijk grote gevolgen had voor de akoestiek. Het aldus vernieuwde kerkgebouw werd op 2 december 1956 weer in gebruik genomen. Enkele maanden eerder was het ‘nood-orgel’ van de firma Rohlfing voltooid. Dit bescheiden instrumentje in een ‘open opstelling’ telde 5 stemmen en kreeg een plaats aan de rechterzijde van het koor van de kerk. Na ruim 40 jaar functioneerde dit orgel dermate slecht dat men besloot tot de bouw van een nieuw instrument. De Nederlandse orgelmaker Hans van Rossum verwierf de opdracht en vervaardigde een éénklaviers orgel op een geheel nieuw orgelbalkon tegen de achterwand van de kerk. Zowel orgelkast als orgelbalkon werden in eigen beheer ontworpen. Voor de factuur van het orgel oriënteerde Van Rossum zich op de Westfaalse school van de vroege 18de eeuw. Zowel de orgelkast, het orgelbalkon als het binnenwerk is van eiken. Het snijwerk is vervaardigd door Marius van Wijk (Eefde). Het pijpwerk (metaal) is gemaakt in samenwerking met Teun Steffani. De windvoorziening, bestaande uit twee spaanbalgen, is achter de orgelkast geplaatst. Het gereserveerde pedaal, alsmede de Sesquialter worden in een later stadium geplaatst. Bij die gelegenheid zal aan de windvoorziening een derde spaanbalg worden toegevoegd.

De dispositie: Manual (C-d3): Principal 8, Holflöte 8, Octave 4, Gemshorn 4, Quintflöte B/D 3, Octave 2, Sesquialter D II (gereserveerd), Mixtur B/D IV-V, Trompete B/D 8. Pedal (C-d1): Bourdon 16 (gereserveerd), Bas-Trompete 8 (gereserveerd). Koppel Manual-Pedal. Winddruk: 63 mm wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: Kirnberger.

Bron: Martin Wenning, Orgellandschaft Burgsteinfurt, overdruk uit Jahrbuch für Westfälische Kirchengeschichte 88 (1994), ‘Kleine Kirche Burgsteinfurt’ (locale uitgave) en orgelmaker Hans van Rossum. Met dank aan mevr. B. Knoreck die de genoemde boekjes beschikbaar stelde