Huizinge, Hervormde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/9, september]

huizinge-hk.jpg (19910 bytes) Op 29 september zal het gerestaureerde Van Dam-orgel in de Hervormde Kerk te Huizinge officieel weer in gebruik genomen worden. Het instrument dat Luiten Jacob en Jacob van Dam in 1825 voltooide, bleef nagenoeg gaaf bewaard. Wel werden aan het einde van de 19de eeuw de toonhoogte en de intonatie gewijzigd door het aanbrengen van stemkrullen (in de grotere pijpen), kernsteken en zijbaarden. In 1925 werd de orgelkast overgeschilderd in imitatie-eiken. De kerkrestauratie van 1960-1963 maakte demontage van het orgel noodzakelijk. Bij de herplaatsing van het instrument schilderde men de kast opnieuw in de oorspronkelijke mahonie-imitatie. In 1967 voorzag J.P. Vos (Groningen) de bovenwerklade van een dekplaat. Ook plaatste hij een windmachine, maar de drie oude spaanbalgen bleven behouden.

De jongste restauratie werd uitgevoerd door Mense Ruiter Orgelmakers BV, onder advies van Jan Jongepier. Daarbij is de tremulant van het Bovenwerk, die in de loop der jaren was verdwenen, gereconstrueerd. Verder kreeg de Bovenwerklade een nieuwe hechthouten dekplaat en plaatste men een nieuwe windmachine. De intonatie- en toonhoogtewijzigingen zijn weer ongedaan gemaakt en tenslotte is de pompinstallatie weer in functie gebracht. Tijdens de ingebruikneming zal een publicatie over het orgel en de restauratie daarvan worden gepresenteerd.

De dispositie: Hoofdmanuaal (C-f3): Prestant 8, Bourdon 16 D, Holpijp 8, Octaaf 4, Quint 3, Octaaf 2, Mixtuur III-V, Cornet III-IV D, Trompet 8. Bovenwerk (C-f3): Holpijp 8 B/D, Viool de Gambe 8 D, Prestant 4, Fluit 4, Fluit 2, Tremulant. Aangehangen pedaal (C-f). Manuaalkoppel. Winddruk: 62 mm wk. Toonhoogte: a1 = 428 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Mense Ruiter Orgelmakers BV en Jan Jongepier