Buitenpost, Gereformeerde Fonteinkerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/9, september]

Op 30 juni werd het nieuwe’ orgel in de Gereformeerde Fonteinkerk te Buitenpost in gebruik genomen. De turbulente geschiedenis van dit orgel gaat terug tot ongeveer 1860 toen Norbertus Stephanus Leijser (1825-1899, orgelfabrikant te Zutphen) een éénklaviers orgel met 9 stemmen voor de Nederlands Hervormde Kerk te Gendt leverde. Norbertus Leijser was een broer van Johannes Josephus (Jean) Leijser, die vanaf 1850 samen met Theodoor Pereboom een orgelmakerij in Maastricht beheerde. Het Gendtse orgel liep aan het einde van de Tweede Wereldoorlog aanzienlijke schade op. In 1955/1956 volgde een restauratie door de firma Gebr. van Vulpen, waarbij zoveel mogelijk gebruik werd gemaakt van het nog bewaarde materiaal. Uit financiële overwegingen konden toen echter slechts 5 stemmen worden geplaatst. Op 13 mei 1956 werd het orgel weer in gebruik genomen. Een kerkrestauratie betekende in 1962 de verkoop van het orgel. De firma Strubbe (Vinkeveen) plaatste het instrument uiteindelijk in de Nederlands Hervormde Maranathakerk te Lunteren. Bij deze gelegenheid vervaardigde men ondermeer een nieuwe kast en een vrij Pedaal met een Subbas 16. In oktober 1968 kon het vernieuwde instrument weer in gebruik genomen worden. Twee jaar later voegde dezelfde firma nog een Roerfluit 4 en een Quint 3 toe. In 1977 breidden de orgelmakers Gebr. Reil het instrument uit met een Dwarswerk van 5 stemmen. In 1996 besloot men in Lunteren tot de aanschaf van een groter instrument en het oude orgel werd opnieuw te koop aangeboden. Door bemiddeling van de Orgel Advies Commissie van de Vereniging van Gereformeerde Kerkorganisten kon het orgel worden aangekocht voor de Gereformeerde Fonteinkerk te Buitenpost. Mense Ruiter Orgelmakers BV verzorgde de restauratie en overplaatsing onder advies van Roelof van Luit. Daarbij vond opnieuw een uitbreiding van de dispositie plaats.

De dispositie: Hoofdwerk (C-f3): Prestant 8, Holpijp 8, Octaaf 4, Roerfluit 4 (1970), Quint 3 (1970), Octaaf 2, Mixtuur II-III, Cornet D III (1999), Trompet 8 (1999). Dwarswerk (C-f3, geheel 1977): Gedekt 8, Fluit 4, Nasard 3, Woudfluit 2, Vox Humana 8. Pedaal (C-d1): Subbas 16 (1968), Open Fluit 8 (1999). Manuaalkoppel (schuifkoppel), Ped-HW. Winddruk: 72 mm wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: niet evenredig zwevend, speciaal voor dit orgel ontworpen.

Bron: Mense Ruiter Orgelmakers BV