Tongeren Sint-Jan-de-Doper
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/6, juni]

In Vlaanderen werden vorig jaar voor het eerst, met overheidssubsidie, als monumenten beschermde orgels gerestaureerd die de Limburgse romantiek representeren. Het betreft het Vermeulen-orgel in de parochiekerk van Godsheide (1869) en het Pereboom & Leijser-orgel in de kerk van Sint-Jan-de-Doper te Tongeren (1857). Beide restauratieprojecten werden ontworpen door Spectrum uit Hasselt, in overleg met de Afdeling Monumenten en Landschappen (vergelijkbaar met de Nederlandse Rijksdienst voor de Monumentenzorg). De onderstaande informatie is gebaseerd op een artikel dat Michel Lemmens, die bij deze projecten als adviseur optrad, voor het tijdschrift Orgelkunst schreef.

tongeren.jpg (26288 bytes) De Maastrichtse orgelmakers Pereboom & Leijser vervaardigden in 1857 een nieuw orgel voor de Sint-Jan-de-Doperkerk te Tongeren. Het instrument geldt als één van de belangrijkste orgels uit de beginperiode van hun orgelmakerij. Opvallend is de structuur van orgelkast, gemaakt door Willem Gielen (Tongeren), met een kroonpositief en pedaaltorens. Het kroonpositief is overigens geheel in een zwelkast geplaatst die met een trede (drie standen) wordt bediend. Meer gebruikelijk is de open basementstructuur met een kleine centrale onderkast, waarin aan de rechterzijde de klaviatuur is opgenomen. Tot 1894 bleef het orgel bij Pereboom & Leijser in onderhoud. Zij verzorgden in 1871 schoonmaak- en herstelwerkzaamheden waarbij mogelijk een tremulant voor het Positief werd aangebracht. In daaropvolgende jaren slechts kleine herstellingen plaats; mogelijk werd in deze periode de toonhoogte gewijzigd en gingen de Voix Humaine 8 alsmede een aantal Trompetbekers en Fourniture-pijpen verloren. De jongste restauratie, uitgevoerd door de firma Nijs en Zonen (Nieuwerkerken) en intonateur Marc Nagels, was vooral conserverend van aard. Het verzakte oksaal en de sterk vervuilde balgenkamer in de toren werden gerestaureerd. Daarnaast is de oude toonhoogte hersteld en het ontbrekende en gewijzigde pijpwerk aangevuld/vernieuwd. Voor de nieuwe Voix Humaine stond het gelijknamige register van het Merklin & Schütze-orgel (1853) in de Abdij van het Park te Heverlee model. De originele magazijnbalg, voorzien van twee schepbalgen, werd gerestaureerd, waarbij ook de nog aanwezige voettreden in functie bleven. Tijdens de werkzaamheden vond men de resten van een originele inliggende tremulant voor beide werken. Daarop werd besloten deze te reconstrueren en de later geplaatste tremulant voor het positief (mogelijk uit 1871) te laten vervallen; wel werd een schokbreker toegevoegd. Op 9 oktober 1998 vond de feestelijke ingebruikneming van het gerestaureerde orgel plaats.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal II, C-g3): Montre 8 (C-h front), Bourdon 16, Bourdon 8, Viola di Gamba 8, Bilingua 8 D, Prestant 4 (C-H front), Flûte 4, Doublette 2, Fourniture II-IV (enkele pijpen nieuw), Cornet V D, Trompette 8 B/D (bekers C-H nieuw), Clairon 4. Positief (Manuaal I, C-g3): Bourdon 8, Salicional 8 (vanaf cis), Flûte travers 8 D (niet overblazend), Prestant 4, Flûte 4, Flagéolet 2, Euphone 8 B/D (doorslaand), Voix Humaine 8 (nieuw). Pédale (C-c1): Soubasse 16, Bombarde 16. Acc. de Claviers, Acc. de Ped. et Gr. Org., Acc. de Ped. et Pos., Acc. Ped. separée. Tremulant (als trede, nieuw). Winddruk: 75 mm wk. Toonhoogte: a1 = 434 Hz bij 16 graden C. Temperatuur: evenredig zwevend.