Godsheide (België) Parochiekerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/6, juni]

Limburgs-romantische orgels gerestaureerd in Vlaanderen
In Vlaanderen werden vorig jaar voor het eerst, met overheidssubsidie, als monumenten beschermde orgels gerestaureerd die de Limburgse romantiek representeren. Het betreft het Vermeulen-orgel in de parochiekerk van Godsheide (1869) en het Pereboom & Leijser-orgel in de kerk van Sint-Jan-de-Doper te Tongeren (1857). Beide restauratieprojecten werden ontworpen door Spectrum uit Hasselt, in overleg met de Afdeling Monumenten en Landschappen (vergelijkbaar met de Nederlandse Rijksdienst voor de Monumentenzorg). De onderstaande informatie is gebaseerd op een artikel dat Michel Lemmens, die bij deze projecten als adviseur optrad, voor het tijdschrift Orgelkunst schreef.

In 1869 leverde de Weertse orgelmaker Peter-Jan Vermeulen (1830-1910) voor 3300 frank een orgel aan de elf jaar eerder voltooide parochiekerk van Godsheide. De orgelkast werd voor 435 frank gemaakt door de eveneens uit Weert afkomstige S. Parras. Het instrument doorstond de tand des tijds niet geheel ongeschonden. In 1924 plaatste Jules Geurts (Berchem) een nieuwe blaasbalg en in 1943 kreeg het orgel een windmachine. In 1958 vonden schoonmaak- en herstelwerkzaamheden plaats, uitgevoerd door Alfons Joris (Hasselt). Bij die gelegenheid gingen ondermeer twee koren van de Cornet, alsmede de doorslaande Euphona verloren. Al vrij snel daarna raakte het orgel nagenoeg onbespeelbaar en vanaf 1978 gebruikte men een elektronium. In 1998 vond een restauratie plaats, uitgevoerd door de firma Schumacher uit Baelen-aan-de-Vesder. Daarbij achtte de ontwerper van het restauratieproject het orgel op een aantal punten voor verbetering vatbaar, met name waar het de kwaliteit van het pijpwerk (dunwandig) en de aanleg van de tracturen (te slordig) betrof. Men besloot daarom tot de vervaardiging van een nieuw wellenbord voor het Hoofdwerk alsmede de vervanging van enkele registerwalsen. De wanddikte van het pijpwerk stelde kennelijk ook Peter-Jan Vermeulen al voor problemen, want op diverse plaatsen waren reeds tijdens de bouw verstevigingen (ingesoldeerde koperdraden) aangebracht. Van de eiken orgelkast is de achterwandstructuur herzien waardoor de toegankelijkheid van de stemgang verbeterd kon worden. De klavieren, uitgevoerd als staartklavier, kregen nieuw beenbeleg op de ondertoetsen. De frontpijpen van de Montre 8 zijn vanwege hun dunwandigheid met dikke tinfolie belegd. Om dezelfde reden zijn delen van de Prestant 4 en Fugara 4 alsmede de originele Trompetbekers in de bas vernieuwd. De nieuwe doorslaande Euphona 8 is een kopie van het gelijknamige register in het orgel van Molenbeersel (1886). Tenslotte werd een nieuwe eikenhouten magazijnbalg in de onderkast geplaatst waarbij de oude windkanalen zoveel mogelijk opnieuw zijn gebruikt. De eiken windladen van Hoofdwerk en Positief liggen achter elkaar, gescheiden door een stemgang. De Hoofdwerklade is voorzien van twee ventielkasten en gedeelde cancellen. Doormiddel van een trede (appèl) kunnen de vijf achterste registers in een keer worden ingeschakeld. Met een bespeling door Michel Lemmens op 24 mei 1998 werd het gerestaureerde orgel weer in gebruik genomen.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal II, C-g3): Montre 8, Bourdon 16, Viola di Gamba 8 (vanaf c), Prestant 4 (C-fis nieuw), Bourdon 8 (cis-c1 nieuw), Miliphona 4, Fluit 4 (C-H nieuw), Fluit travers 4 D, Octaaf 2, Cornet V D (8 en 4 voets koor nieuw), Trompet 8 B/D (bekers in de bas nieuw). Positief (Manuaal I, C-g3): Salicional 8, Bourdon 8 (C-H hout, nieuw), Fugara 4 (C-f nieuw), Piccolo 2 (26 pijpen nieuw), Euphona 8 B/D (doorslaand, nieuw). Aangehangen pedaal (C-g). Manuaalkoppel, Appèl. Winddruk: 75 mm wk. Toonhoogte: a1 = 438 Hz bij 16 graden Celsius. Temperatuur: evenredig zwevend.