Ede, Oud Gereformeerde Gemeente
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/6, juni]

Foto vanaf de website van Steendam orgelbouw Op vrijdag 26 februari vond de oplevering van het nieuwe orgel van de Oud Gereformeerde Gemeente te Ede plaats. Het instrument werd gebouwd door de medewerkers van Orgelmakerij Steendam; als adviseur trad Dirk Bakker op. Bij de bouw van dit orgel oriënteerde men zich op het werk van Christian Müller, waarbij met name diens orgel in de Hervormde Kerk van Beverwijk model stond. Mensuren, aanleg van de mechanieken en maatvoering van de windladen zijn aan dit orgel ontleend. Waar nodig werden ontbrekende gegevens uit andere Müller-orgels gebruikt om tot het uiteindelijke totaalconcept te komen. Vanwege de beperkte hoogte van het kerkgebouw is het Bovenwerk naar achteren geplaatst, waartoe een uitbouw aan de achterzijde van de kast werd gemaakt. De kast en het bekronende snijwerk zijn van Honduras-mahonie vervaardigd. Het overige snijwerk is gemaakt van lindenhout en van bladgoud voorzien. De nieuwe balustrade, kansel, voorleeslessenaar en doopvont werden eveneens door de orgelmakers vervaardigd. Het pijpwerk is conform Müllers opgave gemaakt van 100 ponden lood op 40 ponden tin; de tongwerken kregen houten stevels en koppen. Van alle metalen gedekte pijpen zijn de deksels dichtgesoldeerd. De windvoorziening, bestaande uit drie spaanbalgen, kreeg een plaats in de onderkast. Naar voorbeeld van andere Müller-orgels is de klaviatuur aan de achterzijde gesitueerd. Op zaterdag 12 juni zal het orgel worden gepresenteerd door de organisten Dick Sanderman, Geert Bierling en adviseur Dirk Bakker. Tijdens deze presentatie, die om half twee ’s middags begint, zal een boekje met alle wetenswaardigheden over de bouw van het orgel worden uitgegeven.

De dispositie: Hoofdwerk (Manuaal I, C-d3): Prestant 16 B/D (C-F gedekt, eiken, vervolg front, vanaf a1 dubbel), Prestant 8 Dd, Holfluit 8 (metaal met roeren), Octaaf 4, Roerquint 6 B/D, Flagfluit 4 (conisch), Quintprestant 3 Dd, Superoctaaf 2 Dd, Sexquialter II-III B/D (doorlopend met dubbel tertskoor in de discant), Mixtuur IV-V-VI, Trompet 16 (gereserveerd), Trompet 8. Bovenwerk (Manuaal II, C-d3): Prestant 8 (C-H gecombineerd met Quintadeen), Roerfluit 8 (metaal), Quintadeen 8, Gemshoorn 4, Quintfluit 3 B/D (bas gedekt), Nagthoorn 2 (conisch), Cornet IV D, Vox Humana 8, Tremulant. Pedaal (C-d1): Bourdon 16 (eiken), Holpijp 8 (metaal), Fagot 16. Koppelingen: Coppel B/D (manuaalkoppel), Pedaalcoppel (aan Hoofdwerk). Afsluiter. Winddruk: 76 mm wk. Toonhoogte: a1 = 415 Hz bij 17 ° C. Temperatuur: 1/6 komma met verlaagde es.

Bron: Persbericht Orgelmakerij Steendam