Dronten, St.-Ludgeruskerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/5, mei]

In de in vorig jaar voltooide nieuwe St.-Ludgeruskerk te Dronten werd op 7 maart 1999 het vernieuwde orgel in gebruik genomen. Het instrument is afkomstig uit de oude St.-Ludgeruskerk, waar het in 1964 was geplaatst. De geschiedenis van dit orgel gaat echter nog bijna een eeuw verder terug en begint in 1876. In dat jaar leverde de Utrechtse firma Maarschalkerweerd & Zn. een klein instrumentje voor de parochiekerk van de H. Carolus Borromeus te Soesterberg. Deze kerk, die in 1838 werd gebouwd, beschikte tot dan toe over een orgel van Abraham Meere dat door de Utrechtse orgelmaker Henricus Dominicus Lindsen was geplaatst. Kennelijk voldeed dit acht stemmen tellende orgel na verloop van tijd niet meer aan de gestelde eisen. In 1876 besloot men dan ook tot de bouw van een nieuw instrument. Ook nu was de opzet echter zeer beperkt; het nieuwe orgel telde slechts zeven stemmen en een aangehangen pedaal. In 1953 werd een nieuw kerkgebouw betrokken en het orgel verhuisde mee. De overplaatsing werd verzorgd door de firma Elbertse (Soest). Ruim tien jaar later verhuisde het orgel naar de St.-Ludgeruskerk te Dronten. Ditmaal verzorgde de firma Jos. Vermeulen (Alkmaar) de overplaatsing. Waarschijnlijk ging bij deze gelegenheid de originele orgelkast grotendeels verloren en bleef ook de dispositie niet ongewijzigd. De oorspronkelijke Fernfluit 8 (vanaf fis) werd gewijzigd in een Quint 2 2/3 D. In 1993 verzorgde Sicco Steendam (Roodeschool) nog een schoonmaak van het orgel waarbij tevens intonatiecorrecties werden uitgevoerd. De nieuwbouw van de St.-Ludgeruskerk was aanleiding om ook de toestand van het orgel eens nader te beschouwen. De overplaatsing maakte immers algehele demontage noodzakelijk. Uiteindelijk besloot men tot herstel van de oorspronkelijke dispositie en vervaardiging van een nieuwe orgelkast naar een ontwerp van architectenbureau Brink en Fleer (Dronten). Net als in 1964 resulteerde dit in een eigentijdse vormgeving waarbij aansluiting is gezocht bij de rest van het kerkgebouw; het oude raamwerk van de kast bleef echter ook nu behouden. De werkzaamheden aan het instrument werden uitgevoerd door Elbertse Orgelmakers; namens de KKOR trad Jos Laus op als adviseur. De Quint 2 2/3 werd weer verlengd tot Fernfluit 8, maar daarnaast werd een trede voor een mechanische vrije combinatie toegevoegd.

De dispositie: Manuaal (C-f3): Prestant 8, Gamba 8 (C-H gecombineerd met Prestant), Octaaffluit 4, Fernfluit 8 (vanaf fis), Holpijp 8, Octaaf 4, Octaaf 2. Aangehangen pedaal (C-f). Trede voor mechanische vrije combinatie. Winddruk: 80 mm wk. Toonhoogte: a1 = 439 Hz bij 20 C. Temperatuur: evenredig zwevend.

Bron: Elberse Orgelmakers; Orgels in Flevoland, 31-32; G.H. Broekuyzen, Orgelbeschrijvingen, Z 47