Vledder, Hervormde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/4, april]

vledderhk2.jpg (26090 bytes) Op vrijdag 19 maart werd het nieuwe orgel in de Hervormde Kerk te Vledder (Drenthe) in gebruik genomen. Daarmee kreeg deze 15de-eeuwse kerk voor de vierde keer in deze eeuw een ‘nieuw’ instrument. De orgelgeschiedenis van deze kerk is betrekkelijk kort, want pas in 1914 plaatste H. van der Molen uit Steenwijk het eerste orgel. Blijkbaar voldeed dit niet aan de verwachtingen want reeds in 1931 kocht men een ander instrument, afkomstig uit de Nieuwe Oosterkerk te Rotterdam. Het éénklaviers orgel, dat J.J. van den Bijlaardt in 1905 voor deze kerk bouwde, was bescheiden van opzet. De dispositie telde slechts 10 stemmen alsmede een Mezzo-forte- en een Fortissimo-trede. Het vijfdelige front bestond uit een lage middentoren, twee hoge zijtorens en twee rechte ongedeelde tussenvelden. Onder de torens waren halfronde consoles aangebracht terwijl het front aan de bovenzijde van zware geprofileerde kappen was voorzien. De middentoren werd bekroond door een bazuinblazende engel op een aardbol; op de zijtorens waren ter versiering muziekinstrumenten aangebracht. In 1954 verplaatste J. Reil het orgel naar een balustrade tegen de torenwand. Bij die gelegenheid ruimde de bestaande Voix Céleste 8 het veld voor een nieuwe Octaaf 2. Vanwege sterke aantasting door houtworm besloot men in 1976 tot de sloop van het binnenwerk. Alleen het front bleef gehandhaafd en maskeerde sindsdien een elektronicum. Het metalen pijpwerk werd opgeslagen, doch raakte in de loop der jaren in een deplorabele toestand. In 1984 plaatste men achter het oude front een éénklaviers elektropneumatisch Standaart-orgel, afkomstig uit de muziekschool van Purmerend. Ook dit instrument was geen lang leven beschoren, want nog geen 15 jaar later besloot men tot de bouw van het huidige instrument. Het Standaart-orgel werd afgebroken en vernietigd; het oude Van den Bijlaardt-front is door de orgelmakers ingenomen in afwachting van een nieuwe bestemming. Het nieuwe orgel werd gebouwd door B.A.G. Orgelmakers te Enschede. Namens de Hervormde Orgelcommissie trad Stef Tuinstra op als adviseur. Voor het concept van het nieuwe orgel orienteerde men zich op het werk van A.A. Hinsz, waarbij met name diens orgel te Dantumawoude (1777) als voorbeeld diende. Zie voor meer informatie ook de site orgels in Drenthe.

De dispositie: Manuaal (C-f3): Bourdon 16, Prestant 8 Dd, Roerfluit 8, Octaaf 4, Fluit 4, Nasard 3, Octaaf 2, Woudfluit 2, Mixtuur III-V B/D, Cornet IV D, Trompet 8 B/D. Pedaal (C-d1): Bourdon 16 (transmissie van Manuaal). Pedaalkoppel en tremulant. Winddruk: 58 mm wk. Toonhoogte: a1=440 Hz. Temperatuur: Young.

Bron: B.A.G. Orgelmakers