| Mussel,
Gereformeerd Kerk (vrijgemaakt) [Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/2, februari] |
Op 20
november 1998 werd het 'nieuwe' orgel van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te Mussel in
gebruik genomen. Voor dit instrument, gebouwd door Hendriksen & Reitsma Orgelbouw, is
gebruik gemaakt van (delen van) andere orgels die op hun oude locatie overcompleet
geworden waren. Zo is de kast van origine afkomstig van het Standaart-orgel dat van 1917
tot 1988 in de Evangelisch Lutherse Kerk te Zwolle stond. Voor het 'nieuwe' Hoofd- en
Bovenwerk gebruikte men het binnenwerk van een tweetal mechanische éénklaviers orgels
waarvan de oorspronkelijke herkomst (nog) niet kon worden vastgesteld. Voor het Hoofdwerk
betreft het oud materiaal uit het orgel van de Hervormde Kapel te Hulshorst, waar de firma
Sanders in de jaren '50 een instrument plaatste met oud pijpwerk, een oude windlade en een
oud wellenraam (dit orgel maakte in 1994 plaats voor een elektronicum dat een plaats kreeg
achter het Sanders-front). Voor het Bovenwerk gebruikte men de windlade en de Roerfluit
van het voormalige orgel van de Gereformeerde Synode 'De Ark' uit Heteren dat daar begin
jaren '70 was geplaatst. Beide 'instrumenten' kregen een plaats in de geheel
gerestaureerde Standaartkast. Klaviatuur, koppels, windvoorziening, mechanieken en de
pedaallade zijn geheel nieuw gemaakt. De Trompet is geheel nieuw, terwijl voor enkele
andere registers oud pijpwerk uit voorraad werd toegepast. De Subbas is afkomstig van het
oude orgel (Koch) dat in Mussel aanwezig was. Informatie Mussel bij Nederland Orgelland.
De dispositie: Hoofdwerk (C-f3): Prestant 8, Roerfluit 8, Octaaf 4, Quintfluit 3, Octaaf 2, Sesquialter II, Mixtuur II-IV B/D, Trompet 8. Bovenwerk (C-f3): Holpijp 8, Viola di Gamba 8, Gedekte Fluit 4, Gemshoorn 2, Sifflet 1, Tremulant. Pedaal (C-d1): Subbas 16. Koppelingen: Manuaalkoppel, Pedaal-Hoofdwerk, Pedaal-Bovenwerk. Winddruk: 76 mm wk. Toonhoogte: a1 = 440 Hz. Temperatuur: evenredig zwevend.
Bron: Hendriksen & Reitsma Orgelbouw