Wierden, Gereformeerde Kerk
[Orgelbouwnieuws uit de ORGELkrant 1999/1, januari]

In augustus legde orgelmaker René Nijsse de laatste hand aan het ‘nieuwe’ orgel in de Gereformeerde Kerk te Wierden. Dit instrument werd in 1954 gemaakt door D.A. Flentrop voor de Hervormde Kerk te Sluis en verving in Wierden het 10 jaar jongere Koch-orgel (1964). In dit electro-pneumatische instrument bevonden zich nog enkele registers van het voormalige Naber-orgel uit de Hervormde Kerk te Wierden. Omdat nieuwbouw van een orgel in Naber-factuur te kostbaar bleek, en men aanpassing van het bestaande instrument weinig zinvol achtte, werd naar andere oplossingen gezocht. Hans Kriek vestigde de aandacht op het Flentrop-orgel van de voormalige Hervormde Kerk te Sluis, dat bij orgelmaker René Nijsse in opslag lag. Men vroeg hem vervolgens om als adviseur op te treden. In overleg met de adviseur, orgelmaker en de plaatselijke organisten onderging het Flentrop-orgel bij de overplaatsing naar Wierden een aantal ingrijpende wijzigingen. In de eerste plaats kreeg het instrument een vrij pedaal in een nieuwe kast, achter het instrument. Daarbij werd gebruik gemaakt van pijpwerk uit het voormalige Koch-orgel; de windlade is geheel nieuw. Daarnaast is de afstand tussen Hoofdwerk en Rugpositief aanmerkelijk gereduceerd, hetgeen aanpassing van de mechanieken noodzakelijk maakte. Ook de dispositie van Hoofdwerk en Rugpositief werd herzien. Op de vrije sleep van het Hoofdwerk is een nieuwe Octaaf 2 geplaatst, terwijl een gebruikte Trompet 8 de plaats van de oude Dulciaan 16 innam. Op het Rugpositief is de Quint 1 1/3 opgeschoven tot 2 2/3 en ruimden de oude Scherp en Regaal het veld voor een gebruikte Fluit 4 en Terts 1 3/5. Tenslotte volgde een algehele herintonatie en werden de oorspronkelijk donkere gevlamde frontpijpen gespoten in een lichte teint.

De dispositie: Hoofdwerk (C-f3): Prestant 8, Roerfluit 8, Octaaf 4, Octaaf 2, Mixtuur IV, Trompet 8. Rugpositief (C-f3): Prestant 4, Holpijp 8, Fluit 4, Quint 2 2/3, Gemshoorn 2, Terts 1 3/5. Pedaal (C-f1): Subbas 16, Gedekt 8, Fagot 16. Tremulant voor het gehele werk. Koppelingen: Hoofdwerk-Rugpositief, Pedaal-Hoofdwerk, Pedaal-Rugpositief. Winddruk: 64 mm wk. Toonhoogte a1 = 440 Hz. Temperatuur: modificatie van Kirnberger III.

Bron: Persbericht (Hans Timmerman) en orgelmaker René Nijsse