Orgelkunst & Internet april 2005
Het gebeurt eigenlijk veel te weinig:
wetenschappelijk werk zonder meer
beschikbaar stellen via internet. Peter van
Kranenburg, vorig jaar afgestudeerd bij
prof. dr. Clement en prof. dr. Backer aan
de Universiteit Utrecht, is de uitzondering
die deze regel bevestigt: hij zette zijn
afstudeerscriptie op het net. Ook in
andere opzichten verdient zijn voorbeeld
navolging: hij ging op een oorspronkelijke
manier na wat ‘stylometrie’ voor de
(orgel)muziekwetenschap kan betekenen.
Stylometrie is gebaseerd op onder
meer het idee dat elke auteur zijn
eigen type woorden gebruikt. Zo blijkt
Shakespeare een voorkeur te hebben
voor vierletterwoorden, terwijl zijn
tijdgenoten juist veel woorden van drie
letters gebruikten. Thomas Mendenhall
constateerde dat aan het einde van de
19de eeuw en kwam vervolgens op de
gedachte dit soort telbare aspecten te
gebruiken om anonieme teksten aan
auteurs toe te wijzen.
Van Kranenburg bekijkt in zijn scriptie of
stylometrie ook bij muziek tot bruikbare
resultaten leidt. Hij koos de fuga in f
die als BWV 534/2 aan Johann Sebastian
Bach is toegeschreven als proefkonijn:
het is immers lang niet zeker of Bach
de componist is. Zo is wel geopperd
dat Wilhelm Friedemann Bach de fuga
geschreven heeft (door Pieter Dirksen) of
bijvoorbeeld Kittel (David Humphreys).
George Stauffer liet zien dat ook Bach
‘zelf’ best eens de auteur zou kunnen
zijn. Uiteraard is het rekenwerk dat bij
‘muzikale stylometrie’ te pas komt zo
complex dat alleen een computer het kan
uitvoeren. Daartoe leerde Van Kranenburg
zijn computer via ‘machine learning’
kenmerkende aspecten van diverse
componisten kennen. Zijn scriptie gaat
vooral over hoe hij dit deed, tot welke
resultaten het leidde, en over de manieren
waarop die resultaten geďnterpreteerd
kunnen worden.
Was ik in de positie om opdrachten uit
te delen, dan zou ik ieder die dit leest op
staande voet verplichten deze bijzonder
boeiende scriptie te downloaden en
intensief te bestuderen.
[Hans Fidom]