Artikelen

 

Rogér van Dijk Orgelgeschiedenis van de Sint-Christoffelkathedraal te Roermond met bijzondere aandacht voor de recente renovatie
Het ORGEL 115 (2019), nr. 2, 14-29 [samenvatting]


In 2018 werd de renovatie van het orgel in de St.-Christoffelkathedraal van Roermond afgerond. De werkzaamheden werden uitgevoerd door Verschueren Orgelbouw uit Ittervoort. Rogér van Dijk, die als adviseur betrokken was bij de recente orgelrestauratie, beschrijft de historie van de kerk en de orgels die in deze kerk stonden. Zo is er uitgebreid aandacht voor het instrument dat de Luikse orgelmaker Jean-Baptiste le Picard (1706-1779) midden achttiende eeuw plaatste. Dit orgel werd eind negentiende eeuw ingrijpend gerenoveerd door de Gebr. Franssen. Een jaar later verwoestte een grote kerkbrand het instrument grotendeels. Na de verwoestende brand volgde een ingrijpende restauratie van de kerk onder leiding van architect Carl Weber. Hij ontwierp ook de kassen voor het nieuwe instrument dat in de jaren 1894/1896 door de firma Gebr. Franssen werd gebouwd. Het nieuwe instrument kwam in zijn geheel in de toren te staan en werd ondergebracht in twee kassen aan weerszijden van het grote westraam. Alle loftuitingen ten spijt bleek het nieuwe orgel na enige tijd toch niet aan de verwachtingen te voldoen. Dat was vooral ingegeven door de plaatsing van het instrument in de toren. De beschikbare ruimte voor de zangers, maar ook de opstelling van het orgel werden als te benauwd ervaren. Bovendien was het toegepaste pneumatische systeem in de daaropvolgende jaren verbeterd en werd de Roermondse variant twintig jaar na de bouw als ouderwets ervaren. Daarnaast ervoer men ook het ontbreken van een fraai front als een gemis.
In 1915 besloot men dan ook het orgel te verbouwen en op een balkon in de kerk te plaatsen. De inzegening van het gerenoveerde orgel vond plaats op 23 oktober 1916. Op 28 februari 1945 ging het orgel bij het opblazen van de toren vrijwel geheel verloren.
In de zomer van 1948 werd door het bestuur van de kathedraal een orgelfonds opgericht met de bedoeling een bedrag van ca. zestigduizend gulden te verwerven, om zodoende de bisschop te zijner tijd een nieuw orgel aan te kunnen bieden. De opdracht werd in november 1951 gegund aan Verschueren.
Aanvankelijk was het de bedoeling om het orgel van een Rugpositief te voorzien, maar architect Frits Peutz sprak hierover zijn veto uit. De orgelmaker had geen andere keuze dan het geplande ontwerp aan te passen. Vanaf dat moment werd de aanvankelijke wens het torenraam vanuit de kerk zichtbaar te houden, eveneens verlaten. Het nieuwe orgel werd in één kas worden gebouwd die vóór de nis in de torenmuur werd geplaatst.
Al vrij snel na de oplevering van het orgel bleek dat het instrument niet voldeed aan de verwachtingen. Veel vitale onderdelen waren moeilijk bereikbaar en de klankuitstraling liet – door de plaatsing van veel pijpwerk in de toren – veel te wensen over. Ook de verdeling van diverse registers over verschillende ‘etages’ in het orgel leidde tot problemen. Bovendien werd de kathedraal in de periode tussen 1966 en 1979 maar weinig gebruikt, zodat ook het orgel niet of nauwelijks onderhouden werd. Als gevolg daarvan functioneerde het instrument veertig jaar na de bouw dan ook zeer gebrekkig.
Aan het einde van de vorige eeuw werd besloten tot revitalisering van de Roermondse kathedraal, waarbij men ook het orgel onder handen wilde nemen. In 2011 adviseerde Rogér van Dijk namens de Katholieke Klokken- en Orgelraad het bestaande orgel te renoveren met gebruikmaking van de bestaande orgelkas, balgen en het grootste deel van het labiaalpijpwerk. De ‘techniek’, bestaande uit windladen, claviatuur en mechanieken zou geheel nieuw worden aangelegd.
De opdracht voor de herbouw van het orgel ging uiteindelijk naar Verschueren Orgelbouw (Ittervoort). In juli 2014 kon het contract voor de eerste fase worden getekend.
Het artikel beschrijft de renovatiewerkzaamheden. Cees van der Poel geeft zijn impressies van het gerenoveerde orgel.


Foto's: Jan Smelik