Artikelen

 

René Verwer Het orgel in de concertzaal (4 - slot)
Het ORGEL 113 (2017), nr. 5, 3-11 [samenvatting]


In het slotdeel van deze vierdelige serie wordt aandacht besteed aan de twintigste eeuw.In de eerste helft van die eeuw gebruikte Gustav Mahler het orgel in zijn symfonieën II en VIII. Orgelpartijen zijn ook te vinden in orkestwerken van Richard Strauss, Gustav Holst, Leos Janáček en Max Bruch. In het artikel wordt nader ingegaan op de ‘Symphony for Organ and Orchestra’ van Aaron Copland, ‘Kammermusik 7’ van Paul Hindemith en het ‘Concerto en Sol mineur’ van Francis Poulenc. Vervolgens worden enkele woorden gewijd aan het gebruik van orgels in opera’s.
Geconstateerd wordt dat sinds 2000 in het buitenland de belangstelling voor het zaalorgel is toegenomen. Als voorbeelden krijgen de orgels in de concertzalen van Montréal (Maison Symphonique), Parijs (Philharmonie) en Hamburg (Elbphilharmonie) aandacht.
In het nawoord wordt onder meer vastgesteld dat er sinds 1850 zo’n 400 werken voor orgel en orkest geschreven zijn, maar dat slechts een zeer beperkt aantal uitgevoerd wordt. Ter afsluiting van de serie wordt een overzicht gegeven van uitvoeringen in het Concertgebouw sinds de restauratie van het Maarschalkerweerd-orgel in deze zaal. Het artikel eindigt met de conclusie dat het orgel tegenwoordig gezien wordt als een volwaardig orkestinstrument, en dat het zaalorgel vanaf 1850 een eigen muzikale plaats verworven heeft, met repertoire dat specifiek voor de concertruimte is gecomponeerd.


Bijlage-selectie-werken-orgel-en-orkest

Bijlage-disposities-Montréal-Parijs-Hamburg




Parijs, Philharmonie met Rieger-orgel Klik op de afbeelding voor een vergroting