Artikelen

 

Albert Clement ‘Sechs Choräle von verschiedener Art’. Deel 3: De aan de orgelkoralen ten grondslag liggende teksten (BWV 649, 647, 648) en het theologische bouwplan
Het ORGEL 110 (2014), nr. 2, 38-47 [samenvatting]


In het laatste deel van dit drieluik worden de liedteksten bekeken die ten grondslag liggen aan de Schübler-Choräle BWV 647 t/m 649. Ten aanzien van BWV 649 zijn er goede argumenten aan te nemen dat Bach in deze compositie de eerste twee liedstrofen van het lied ‘Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ’ verklankt heeft, die hij ook in cantate 6 toonzette. In deze strofen gaat het over de (levens)avond die eschatologisch begrepen moet worden. Evenals in de andere twee driestemmige bewerkingen uit de cyclus staat in BWV 649 dus het thema tijd en eeuwigheid centraal.
De eindigheid van het aardse leven ligt ook ten grondslag aan het vierde vers van het koraal ‘Wer nur den lieben Gott läßt walten’ dat Bach verklankt heeft in BWV 647. Het gaat hier om de vreugdevolle ontmoeting van Christus en de gelovigen na het sterven.
De bewerking BWV 649 is een verklanking van het achtste couplet uit het lied ‘Meine Seel erhebt den Herren’, het Duitse Magnificat dat in Bachs tijd verbonden was met het getijdengebed in de avond. Er ligt hier een relatie met de tekst die Bach voor ogen had bij BWV 648: in beide gevallen gaat het om de vereniging van de gelovige ziel met de Heiland in het hiernamaals.
Aan de Schübler Choräle ligt een theologisch bouwplan ten grondslag. De verzameling wordt omlijst door twee koralen over de komst van Christus, de eenwording van Jezus en de gelovige, van hemel en aarde. De stukken die deze raamcomposities in de verzameling flankeren, zijn gebaseerd op koralen die in Bachs tijd eschatologisch werden begrepen en vaak werden geciteerd wanneer er van sterven, van de levensavond, sprake was. De twee zich in het centrum van de verzameling bevindende, vierstemmige composities zijn beide met teksten verbonden die binnen de huidige context niet anders dan eschatologisch kunnen worden opgevat.
Bestudering van de koralen, hun onderlinge verhouding én biografische gegevens van Bach ondersteunen de gedachte dat Bach met de Schübler Choräle een muzikaal testament, een muzikaal getuigenis van de ‘ars moriendi’ tot doel had.



Bach door Hausmann 1748