Artikelen

 

Victor Timmer Rond Johannes Tammen - -‘Beroemd Organist en Klokkenist te Groningen’
Het ORGEL 109 (2013), nr. 5, 18-29 [samenvatting]


Ondanks de aanwezigheid van een groot Schnitger-orgel (tegenwoordig in de Der Aa-kerk) is betrekkelijk weinig bekend over de vroegere Academie- of Broerkerk in Groningen en het muzikale gebruik van dat gebouw in de achttiende eeuw. Het stond daarbij in de schaduw van de grotere Martinikerk en de Der Aa-kerk. Dit tweedelige artikel richt zich - naast enige aandacht voor het kerkgebouw zelf (sinds 1616 voor een belangrijk deel in gebruik bij de Academie (de tegenwoordige Rijksuniversiteit) en bovengenoemde gebruiksaspecten - vooral op leven en werk van Johannes Tammen, die in deze kerk muzikaal actief was (in elk geval als organist van 1760(?) – 1809). Daarnaast verving hij zo nu en dan één van zijn zonen als organist van de Pepergasthuiskerk. Mogelijk verkocht hij ook muziekinstrumenten en bladmuziek. Tevens was hij enige decennia ‘campanist’ (beiaardier) van de Martinikerk en bouwde hij een goede naam op als orgeladviseur/examinator. Hij keurde een groot aantal orgels in met name de provincie Groningen, maar ook Friesland en Ostfriesland, met name van Hinsz en diens opvolgers en van Johann Friedrich Wenthin. Hij had twee zonen die ook als organist actief waren. Zijn oudste zoon Hendricus was vele jaren organist in de Pepergasthuiskerk in Groningen en probeerde waarschijnlijk later een bestaan in Amsterdam op te bouwen als koopman.
Na het overlijden van Johannes Tammen werd deze nog voor enkele jaren opgevolgd in de Broerkerk door een kleinzoon, die ook een aantal jaren organist zou zijn van de Pepergasthuiskerk (als opvolger van Hendricus Tammen). In het tweede deel van dit artikel wordt nader ingegaan op de niet zonder problemen verlopen bouw van het grote Strümphler-orgel (1795/96) in de vroegere Hersteld Evangelisch-lutherse kerk te Amsterdam en de rol die Johannes Tammen daarbij speelde. Hij was intensief betrokken bij de voorbereiding en bouw van dit instrument, waarbij met name problemen onstonden doordat orgelmaker Strümphler zich aanvankelijk vooral bezig hield met de bouw van een orgel in Weesp en zich daardoor te weinig verdiepte ontwerp en constructie van de orgelkas in ‘De Kloof’, waarin hij zijn instrument zou moeten plaatsen. Tammen’s zoon Wilhelmus (Willem) was er na voltooiing de eerste vaste organist en bleef dat tot zijn dood in 1829. Daarnaast was hij in Amsterdam ook actief als ‘muzijkmeester’.



De vroegere Academiekerk vanuit het noordoosten. Foto genomen tussen 1886 en 1890 door fotograaf J.G. Kramer. Het hoekhuis was zijn woning en atelier. Foto: Collectie Groninger archieven


Bellingwolde, Hervormde kerk, Schnitger/Freytrag orgel


Ca. 1834