Artikelen

 

Piet van der Steen Joep Straesser en zijn orgelwerken
Het ORGEL 105 (2009), nr. 5, 12-24 [samenvatting]


De Nederlandse componist Joep Straesser (1934-2004) studeerde onder meer orgel bij Bernard Bartelink en Anthon van der Horst en compositie bij Ton de Leeuw. Hij geldt als één van de belangrijkste componisten van de generatie die rond 1960 het beeld van de nieuwe muziek ging bepalen. Het compositorisch oeuvre van Straesser bevat onder andere zeven werken voor orgel, twee werken voor orgel en trompet, en enkele werken voor koor en orgel.
Na een experimentele periode treedt tot 1970 een periode van versobering in. Mede door teleurstellende ervaringen met het functioneren van de grote symfonieorkesten schreef Straesser in de jaren zeventig vooral kamermuziek voor de gespecialiseerde ensembles
Zijn uit 1977 daterende orgelwerk Splendid Isolation betekende een keerpunt in zijn ontwikkeling, doordat in meer opzichten traditionele elementen terugkeerden in zijn werk en gestreefd werd naar een verzoening en een bevruchtende dialoog met de traditie. Analyse van Splendid Isolation laat zien dat dit werk getypeerd wordt door een vernieuwend constructief en fantasievol compositorisch elan; een zeer rationele opbouw van het muzikale betoog staat te allen tijde in dienst van expressie. Karakteristiek is ook de vernieuwende omgang met een traditierijke vorm (passacaglia) en instrument (orgel). Uit de orgelwerken die Straesser na Splendid Isolation componeerde, wordt de lijn van verzoening met de traditie doorgetrokken. Een markant voorbeeld is het laatste orgelwerk, Footprints (2003), dat beïnvloed is door speel- en schrijftechnieken van Johann Pachelbel.