Artikelen

 

Jan Hage Olivier Messiaen en het surrealisme
Het ORGEL 104 (2008), nr. 6, xx-xx [samenvatting]

 

In 1946 noemde Ernest de Gengenbach Messiaen een ‘surrealistisch componist’, een typering waarin de componist zich kon vinden. Hoewel het persoonlijk gekleurde surrealisme, zoals door De Gengenbach gedefiniëerd, één van de sleutels is tot Messiaens gehele oeuvre, is er nooit veel aandacht aan besteed.
Als kind was Messiaen al gefascineerd door het wonderbaarlijke en het bovennatuurlijke, zoals verbeeld in sprookjes en werken van Shakespeare. Deze supernaturale zaken trof Messiaen ook aan in het christelijke geloof, waarbij hij het wonderbaarlijke beschouwde als een bovennatuurlijke werkelijkheid, die zelfs als een hogere werkelijkheid te beschouwen was dan de werkelijkheid zelf. In zijn orgelwerken, die te zien zijn als muzikale meditaties over theologische onderwerpen, trachtte Messiaen deze hogere werkelijkheid te verklanken, waar het surrealisme ontstaat door de vermenging van realiteit en irrealiteit. Het surrealistisch aspect manifesteert zich vooral in de verwijzingen (vergelijk Messiaen toelichtingen op zijn werken) naar buitenmuzikale, surrealistische beelden.
Vergelijkbaar met wat in de surrealistische schilderkunst gebeurt, waar een droombeeld ontstaat door elementen uit de werkelijkheid in een onwerkelijke context te plaatsen, wordt in Messiaens muziek het herkenbare en vertrouwde (realiteit) vermengd met het wonderbaarlijke, vreemde (surreële). Messiaen combineert traditionele elementen die met de vertrouwde realiteit verband houden, met niet-traditionele elementen die de realiteit vervreemdend en onwerkelijk maken.