Artikelen

 

Martin Moree Kerkelijk orgelspel in de tijd van de DDR
Het ORGEL 102 (2006), nr. 6, 27-39 [samenvatting]


De DDR kende een eigen, bloeiende orgelcultuur als gevolg van het grote historische orgelbezit en het feit dat de kerk, die niet geïntegreerd was in de socialistische maatschappijstructuur, een vrijplaats was waar mensen op adem konden komen. Daarnaast droeg het oostelijke deel van Duitsland vanuit vroegere eeuwen een grote kerkmuzikale traditie met zich mee. Door de oprichting van vijf kerkmuziekinstituten werd het liturgische leven van de plaatselijke kerken in de DDR bevorderd. Desondanks stond de kerk wel onder politieke druk en was het onder meer moeilijk om aan bladmuziek te komen en nieuwe kerkmuziek te publiceren. Derhalve is de gedrukte nalatenschap beperkt. De ontwikkeling van het kerkelijk orgelspel stond, zoals in heel Duitsland, sterk onder invloed van de Orgelbewegung. Johannes Weyrauch had als componist en docent een belangrijke plaats in de overlevering van deze stroming. Tevens benadrukte hij het verkondigende element van de muziek. In tegenstelling tot West-Europa zie je dat het koraalspel nauwelijks doorontwikkelt, maar in grote lijnen terugkeert naar traditioneel klassieke vormen met een zeer gematigd modern idioom. De kerkmuziek was primair functioneel bedoeld, zij diende laagdrempelig te zijn. De kerk was immers de plaats waar men ‘onder ons’ was, dat vroeg om verstaanbare muziek. Manfred Schlenker heeft een belangrijke bijdrage geleverd door koraalvoorspelen van componisten uit de DDR te bundelen en te publiceren. Een heel eigen positie neemt het œuvre van Volker Bräutigam in. Als één van de weinige componisten gebruiukte hij wel een duidelijk hedendaags idioom in zijn koraalvoorspelen. Tevens was hij één van de eersten die jazz-georiënteerde koraalbewerkingen schreef. Overigens zie je bij meerdere orgelcomponisten wel vernieuwende ontwikkelingen wanneer men muziek componeerde voor concertant gebruik. Door het gematigd eigentijdse, en daardoor enigszins gedateerde, idioom en het feit dat de composities nauwelijks beschikbaar waren, zal de bekendheid laag blijven. Desondanks heeft ook deze stroming waarde. Enerzijds zijn ze vanwege de laagdrempeligheid en het verkondigende element herkenbaar en functioneel. Daarnaast is de ontwikkeling van het koraalspel ook een element van de geschiedenis van de DDR die toont hoe (culturele) actoren op elkaar reageren.

Kopergravure uit ca. 1720 van het Scheibe-orgel(1717) in de Paulinerkirche te Leipzig.
Dit orgel werd door J.S. Bach gekeurd. De kas ervan diende als voorbeeld van het Woehl-orgel in de Thomaskirche te Leipzig.