Artikelen
| Rogér van Dijk & Cees van der Poel |
|
Het Cavaillé-Coll-orgel
in de Philharmonie te Haarlem. Het ORGEL 102 (2006), nr. 5, 26-42 [samenvatting] |
Foto:
Jan Smelik
Aan het einde van de 19de eeuw werd het Cavaillé-Coll-orgel van het
Paleis voor Volksvlijt steeds minder gebruikt en aan het begin van de 20ste eeuw
besloot men het instrument te koop aan te bieden. De toenmalige Haarlemse
stadsorganist Louis Robert vond twee geldschieters bereid het instrument te
kopen. Deze geldschieters stelden wel als voorwaarde dat men in Haarlem zelf een
passend onderdak voor het orgel zou verzorgen. In 1917 werd het instrument
gedemonteerd en opgeslagen. Uiteindelijk besloot de gemeente Haarlem in 1920 de
gebouwen van de sociëteit ‘De Vereeniging’ aan te kopen om er een gemeentelijke
concertzaal van te maken. Drie jaar later volgde toestemming om het orgel in
deze zaal op te bouwen.
De wederopbouw van het orgel werd uitgevoerd door Sybrand Adema. Bij deze
gelegenheid verving men de originele sleepladen met mechanische tractuur door
pneumatische kegelladen met een bijbehorende speeltafel. De dispositie bleef
echter vrijwel ongewijzigd. Nadat in 1939 de tractuur gedeeltelijk was
geëlektrificeerd, werd het orgel in 1965 geheel van elektrische tractuur
voorzien. Er kwam weer een nieuwe speeltafel en aan de dispositie werd een
aantal nieuwe stemmen toegevoegd.
In 2001 werd het orgel vanwege een ingrijpende restauratie van de Philharmonie
gedemonteerd en opgeslagen. Twee jaar later kreeg Flentrop Orgelbouw de opdracht
voor een algehele restauratie. Bij deze restauratie gold de toestand van 1875
als uitgangspunt. De originele windladen van Grand-Orgue, Positif en Pédale
konden weer worden herplaatst, evenals de Unda Maris die in 1965 was verwijderd.
Conform de oorspronkelijke opzet werd aan het Récit een Dulciana 4 toegevoegd.
De windvoorziening, de speeltafel en de mechanieken zijn gereconstrueerd op
basis van gegevens die uit het orgel zelf konden worden afgeleid en met behulp
van gegevens van andere Cavaillé-Coll-instrumenten. Zowel in technisch als
muzikaal opzicht is men erin geslaagd een voor Nederland uniek instrument op
overtuigende wijze weer tot leven te wekken.



