Artikelen

 

Bert van Dijk Draad voor orgeltracturen sinds de 19de eeuw
Het ORGEL 100 (2004), nr. 6, 22-24 [samenvatting]

 

In de tweede helft van de 19de eeuw bleek orgelbouwers dat messingdraad onvoldoende duurzaam is. Ze verdachten het ‘lichtgas’ waarmee de lampen in de kerken werden gestookt. Intussen blijkt een andere vervuiling een belangrijker factor te zijn geweest: stinkende gassen uit het grachtenwater waren de oorzaak dat het zink in messing (dat uit 80% koper en 20% zink bestaat) oplost en het materiaal bros wordt.
Niet alleen Nederlandse orgelmakers als Witte werden hiermee geconfronteerd, maar ook Cavaillé-Coll, bij de bouw van het orgel voor het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam (1875, nu in Haarlem). Hij verving in 1881 het messing in dit orgel door ‘nieuwzilver’ (30% nikkel, 47% koper, 23% zink). Andere orgelmakers (Van Gelder, Van der Kleij) experimenteerden met brons en aluminium.