Artikelen

 

Henk Kooiker De ‘Barkermachine’: muzikale en speeltechnische aspecten
Het ORGEL 100 (2004), nr. 5, 5-9 [samenvatting]

 

De Barkermachine helpt de organist bij het openen van de ventielen in de windlade. De behoefte daaraan ontstond in de 19de eeuw, toen orgels groter werden en bovendien relatief meer grote en dus meer wind consumerende pijpen kregen. 
Aan de hand van een eenvoudige formule is te berekenen hoeveel kracht nodig is om een ventiel te openen: de helft (in grammen) van het product van de oppervlakte van de winddoorlaat in de windlade en de winddruk. Ook moet bepaald worden of een Barkermachine in staat is tot snelle toonrepetities; en dus in hoeverre een machine de aanspraaksnelheid beïnvloedt.
Berekeningen met betrekking tot de te reconstrueren Barkermachine voor het Cavaillé-Coll-orgel in het Concertgebouw in Haarlem (1875), dat nu in restauratie is, tonen aan dat een luxe uitvoering met een ventiel dat de bewegingen van de balgjes beheersbaar maakt, een betrekkelijk geruisloze machine oplevert; en dat een winddruk tussen 100 en 150 mm wk voldoende is.