Artikelen

 

John Terwal Eén rondje Haarlem
Het ORGEL 98 (2002), nr. 5, 40-42 [samenvatting]


Op 2 juli vond het 44ste Internationaal Orgelimprovisatieconcours in de Grote Kerk te Haarlem plaats. Anders dan in eerdere jaren had de wedstrijd dit jaar slechts één ronde, de finale. Zes finalisten waren toegelaten: Zuzanna Ferjenciková (Slowakije), Jacob Lekkerkerker (Nederland), Hampus Lindwall (Zweden), Gabriel Marghieri (Frankrijk), David Timm (Duitsland) en Sietze de Vries (Nederland).
De nadelen van één ronde zijn dat de deelnemers niet de kans krijgen zich te herstellen en/of meer facetten van hun improvisatiekunst te tonen; en dat de jury moet afgaan op één improvisatie.
Het thema was gemaakt door Petr Eben; opdracht was een hoofdvorm te improviseren. Ferjenciková bleef evenwel in één en hetzelfde tooncentrum 'hangen', Marghieri verzandde in een fragmentarisch verhaal, Timm begon overtuigend, jazz-achtig, maar verloor het overzicht in het slotdeel, Lekkerkerkers improvisatie was zeer lang waardoor de orkestrale opzet niet tot zijn recht kwam, en Lindwall was weliswaar kort van stof maar kon wegens de vele cliché's en het spanningsloos contrapunt niet boeien. De jury, gevormd door Jean-Pierre Leguay, Theo Brandmüller, Daan Manneke en Zsigmund Szatmáry kende Sietze de Vries de prijs toe. Juryvoorzitter Ewald Kooiman meldde dat De Vries had uitgeblonken in zijn orgelgebruik en in zijn vormbeheersing. Opmerkelijk in De Vries' improvisatie was zijn uitvoerige citaat van de melodie van psalm 124 en zijn traditionele aanpak.