Artikelen

 

Ibo Ortgies Vallotti in Groningen: over het restaureren van temperaturen
Het ORGEL 98 (2002), nr. 5, 27-39 [samenvatting]

 

De temperatuur is een bepalende factor van het klankconcept van een orgel en zijn maker. In de afgelopen jaren zijn 'wohltemperierte' stemmingen, gebaseerd op een verdeling van het Pythagoreïsche komma in zessen, zoals de onderling verwante systemen van Vallotti (ontworpen in de 18de eeuw, gepubliceerd in 1950) en Young (gepubliceerd in 1800), regelmatig toegepast bij orgelrestauraties.
Het is echter zeer de vraag in hoeverre deze temperaturen relevant zijn voor orgels uit de Arp Schnitger-traditie, die in Groningen doorwerkte tot na 1800. Onderzoek van diverse orgels toont aan dat de Schnitger-traditie zich aanvankelijk tot de middentoon-temperatuur bepaalde en slechts langzaam 'wohltemperierte' stemmingen accepteerde. Daarbij bleef de voorkeur voor verdeling van het komma in grotere delen evident, wat mogelijk wijst op Schnitgers vertrekpunt: de middentoon-temperatuur met zuivere grote tertsen. Dit is geheel conform de ontwikkeling in andere delen van Nederland en Noord-Duitsland.
Het F.C. Schnitger/Freytag-orgel (1797) in Bellingwolde verdient hier speciale aandacht: de onregelmatige gemodificeerde middentoon-temperatuur die was aangetroffen bij de laatste restauratie is veranderd in een regelmatiger middentoon-temperatuur, die tegenwoordig als een argument wordt gebruikt voor het toepassen van 'wohltemperierte' (!) 1/6-komma-stemmingen (Vallotti of Young) bij orgels van de latere genereaties uit de Schnitger-traditie. Orgels als die in Midwolda (1772) en Bierum (1792, oorspronkelijk met een 1/6-komma-middentoon-temperatuur), zijn voor de tweede keer 'herstemd' sinds hun restauratie, en kregen uiteindelijk een Vallotti- of Young-temperatuur. Zelfs het zeer recentelijk gerestaureerde Arp Schnigter-orgel in Uithuizen (1701, gewijzigd door Hinsz in 1785), waarvan wordt gezegd dat het 'één van de meest authentieke orgels van Arp Schnitger' is, kreeg een Vallotti-temperatuur, wat betekende dat het Rugpositief opnieuw gestemd moest worden; dit had een gemodificeerde middentoon-temperatuur na de eerste fase van de restauratie (1987).
Ortgies zet grote vraagtekens bij de in het opzicht van temperaturen willekeurige restauratiepraktijk, die meer lijkt te zijn gebaseerd op persoonlijke voorkeuren dan op respect voor aangetroffen originele gegevens over temperaturen. Het toegankelijk maken van documentatie over zulke gegevens kan een eerste stap zijn om in de toekomst temperaturen te vermijden die niet passen bij een bepaalde periode, regio en de bij hen horende orgelmakerstradtie.