Artikelen
| Peter van Dijk |
|
Het orgel
in de Magnuskerk te Anloo Het ORGEL 98 (2002), nr. 5, 17-26 [samenvatting] |
Op 15 maart 2002 keurde Harald Vogel het gereconstrueerde en met
een zelfstandig Pedaal uitgebreide Radeker/Garrels-orgel (1719) in
de Magnuskerk in Anloo. Het project werd in de periode 1990-2002
uitgevoerd door orgelmaker Henk van Eeken. Vogel was zeer
enthousiast. Adviseurs waren aanvankelijk Klaas Bolt en Stef
Tuinstra. Na Bolts dood in 1990 werd Harald Vogel adviseur.
Tegenslagen kenmerkten het project. Zo was er in 1995 brand in Van
Eekens werkplaats waarbij veel materiaal verloren ging, dat gelukkig
op basis van zijn nauwkeurige documentatie gereconstrueerd kon
worden; Tuinstra werd in 2000 van zijn functie als adviseur
ontheven, na fundamentele meningsverschillen met Van Eeken.
Aan het orgel werkten na de bouw onder anderen de orgelmakers Hinsz
(1738), Knol (1795), Lohman (1806), Freytag (1827) en Doornbos
(1906/1922). In 1944-1948 restaureerde Mense Ruiter het orgel.
Ruiter plaatste schokbalgen en een extra windkanaal; hij vond
windvolume en -stabiliteit onvoldoende.
Van Eekens idee was het oorspronkelijke bouwproces te reconstrueren.
Om de pijpen van de manualen voldoende wind te geven, moest hij de
traktuur zonder speling afregelen. Het effect op de speelaard is
nadelig. De intonatie is niet geheel uitgebalanceerd. Intoneren is
een proces dat op kennis (wetenschap) en kunde, en tevens op niet te
onderschatten doses artistieke intuïtie en muzikale creativiteit is
gebaseerd. Ik vraag mij af of de laatste twee niet te zeer
ondergeschikt zijn gemaakt aan de eerste twee.
Van Eeken maakte alle nieuwe delen tot in detail en zeer fraai in de
stijl en volgens de constructiewijze van Radeker en Garrels; zo werd
het metaal voor het nieuwe pijpwerk op zand gegoten. Het nieuwe
Pedaal is in een aparte kast achter het orgel geplaatst en past qua
klank zeer goed bij de rest van het instrument.



