Artikelen

 

Hans Fidom Interview met dr. h.c. Cor H. Edskes: 'Ik streef naar 'geobjectiveerde subjectiviteit'
Het ORGEL 98 (2002), nr. 4, 5-11 [samenvatting]


Roskilde Dom. Foto van Jan van WilligenOrgeladviseur Cor Edskes (76) zegt een 'cultuurpessimist' te zijn: de kennis over oude orgels ebt volgens hem weg, terwijl restaureren van een orgel uiteindelijk zijn eigen stijlkopie maakt. 
Voor Edskes is de combinatie van intellect en muzikaliteit doorslaggevend: 'Wie tevens op intuïtie wil afgaan, loopt al gauw gevaar zijn impressie van wat het orgel meedeelt te verwarren met wat het orgel feitelijk meedeelt.' Edskes streeft zo, zoals hij zegt, naar 'geobjectiveerde subjectiviteit.' Een voorbeeld van de feiten die orgels meedelen is de mensurering die Arp Schnitger toepaste: bij Schnitger zijn mensuren gerelateerd aan de kerkruimte. Onder meer op basis hiervan oppert Edskes dat materiaal uit het in 1710 verwoeste Schnitger-orgel in de Der Aa-Kerk in Groningen uit 1697 is verwerkt in het orgel dat zijn leerlingen Garrels en Radeker in Anloo bouwden (1719). 
Edskes vierde op 5 mei zijn 60-jarig jubileum als organist van de Doopsgezinde Kerk te Groningen. Hij leerde de muzikale wereld van de jaren '40 en '50 kennen via leermeesters als Friso Molenaar, George Stam en Flor Peeters. Maar ook Helmut Walcha beïnvloedde hem.
Het Marcussen-orgel in de Doopsgezinde Kerk (1961) is gebouwd op Edskes' advies: het kreeg, anders dan andere Marcussen-orgels, een windsysteem met een magazijnbalg per werk, om de aanspraak soepeler te maken. 
In 1954 trad Edskes toe tot de Synodale Orgelcommissie. Korte tijd later werd hij assistent van Rijksorgeladviseur Hendrik L. Oussoren. Conflicten met Lambert Erné, eveneens lid van de orgelcommissie, onenigheid met Klaas Bolt, en slechte ervaringen met de regentenpolitiek van Nederland deden hem in 1970 besluiten als zelfstandig adviseur buiten Nederland verder te gaan. Hij werkt onder anderen samen met Marcussen (Roskilde 1991) en Jürgen Ahrend (Hamburg 1993).