Artikelen
| Peter van Dijk |
|
Flentrop
revisited Het ORGEL 98 (2002), nr. 1, 5-14 [samenvatting] |
Hoe
gaan we om met neobarok-orgels? Bewaren we ze zoals ze zijn of
brengen we retoucheringen aan? Op initiatief van de Rijksdienst
worden momenteel voorstellen voor normen van beschermenswaardigheid
van orgels uit de periode 1940-1965. Beschermenswaardigheid en
bruikbaarheid vallen overigens niet altijd samen. Verder wijst Frits
Elshout, intonateur van Flentrop, erop dat de neobarok een periode
was van herontdekking. In het bijbehorende leerproces is soms op een
manier gewerkt, die toen en nu niet tot volle tevredenheid blijkt te
zijn; er is dus soms reden om in te grijpen.
Dit artikel is een verslag van enig veldwerk: ik bezocht enkele door Flentrop Orgelbouw recentelijk geretoucheerde neobarok-orgels: Schoondijke, Hervormde Kerk (1951, niet gewijzigd); Doesburg, Grote Kerk (1953, intonatie in 2001 op overtuigende wijze herzien); Eefde, Samen op Weg-Kerk (1956, in 2000 gewijzigd en opnieuw geïntoneerd; het resultaat is bruikbaar maar niet in alle opzichten overtuigend); Klundert, Hervormde Kerk (1958, intonatie in 1999 nagelopen); Lingen (D), Evangelische Kreuzkirche (1959, intonatie in 1999 bijgewerkt, het orgel is nu een muzikale eenheid in neobarokke stijl); Vlissingen, Grote- of St-Jacobskerk (1968, in 2000 geherintoneerd).



