Artikelen

 

Hans Jansen Ernst Pepping (1901-1981) en het kerklied
Het ORGEL 97 (2001), nr. 6, 12-15 [samenvatting]

 

Componist Ernst Pepping was professor compositie aan de Hochschule für Musik in Berlijn complex. Hij hoorde niet bij experimentele componisten als Ligeti en Penderecki, maar ook de lichte muziek sprak hem niet aan.

Geen wonder dus dat hij zich vooral bij de kerkmuziek thuisvoelde en dat hij zich, net als Messiaen, vooral hield aan zijn eigen uitgangspunt: muziek heeft orde nodig om verstaan te kunnen worden, overdraagbaar te kunnen zijn en daarmee toekomst te kunnen hebben. In die zin staat zijn werk in lijn met dat van tijdgenoot Hugo Distler.

In zijn werk gebruikte Pepping vooral teksten van Martin Luther, Paul Gerhardt en de Boheemse Broeders, een Tsjechische religieuze groepering. Pepping volgt de teksten vaak op de voet; daarbij houdt hij zich, anders dan Distler, doorgaans strikt aan de cantus firmus.

Pepping kent inmiddels weer bewonderaars. Werner Oehlmann schrijft: ‘Hij heeft ons de continuïteit van de kunst, de eenheid van gisteren en vandaag, van verleden en toekomst laten zien.’