Artikelen

 

Wim Diepenhorst en Rogér van Dijk Het Koororgel in de Grote St.-Laurenskerk te Alkmaar
Het ORGEL 97 (2001), nr. 3, 5-12 [samenvatting]

Op 27 oktober 2000 is het oudste bespeelbare orgel van Nederland na restauratie door Flentrop Orgelbouw weer in gebruik genomen.

Het orgel is in 1511 gebouwd door Jan van Covelens. Het had toen één manuaal, het pijpwerk was verdeeld over twee laden. Het instrument is sindsdien regelmatig gewijzigd: door Claes Willemsz. (1545, uitbreiding), Allart Claesz. (1551, vermoedelijk toevoeging pedaaltrompet), Jan Jacobsz. van Lin (1625, uitbreiding), Levijn Eekman (1630, nieuwe balgen), Jacobus van Hagerbeer (1651, herstelwerkzaamheden), Johannes Duytschot (1685 en later, onder meer, vermoedelijk, gedeelde manualkoppel), Pieter Müller (1799), Michael Körnlein (kort na Müller), Dirk Sjoerds Ypma (1844, herstelwerkzaamheden), Carl Friedrich August Naber (1854, wijzigingen), L. Ypma & Co. (1894, restauratie, wijziging), H.W. Flentrop (1939, restauratie, wijziging).

Bij de restauratie in 2000 kozen de adviseurs Jan van Biezen, Koos van de Linde en Hans van Nieuwkoop samen met de orgelmaker voor reconstructie van de situatie in 1511 met betrekking tot het Hoofdwerk, op het Borstwerk bleef onder meer materiaal van Van Lin bewaard. Voor het uiterlijk koos men de situatie 1651 als uitgangspunt.

Hoewel er weinig referenties zijn om de klank te beoordelen als gevolg van het ontbreken van voldoende kennis over Van Covelens en zijn tijd, dwingt de restauratie veel respect af: het orgel klinkt wonderschoon en erop spelen is als een reis in de tijd.